Gedragscode ruimtelijke ontwikkeling

Natuurwetgeving proof uitvoeren van projecten en ruimtelijke ontwikkelingen

Bent u actief in de aanleg, herinrichting, renovatie of groot onderhoud van de buitenruimte? Gegarandeerd krijgt u dan een keer te maken met beschermde planten en/of dieren. Dan geldt de strenge Flora- en faunawet voor uw project. Om ervoor te zorgen dat uw aanpak niet ontaard in een proces verbaal of stopzetting van de werkzaamheden, is de inzet van de gedragscode Ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van Stadswerk sterk aan te raden. Er is nu ruim een jaar ervaring opgedaan  met deze gedragscode. We informeren u dan ook graag over de resultaten tijdens de komende informatie bijeenkomsten (zie voor data www.stadswerk.nl).

Uiteraard is er ook kennis en inzicht nodig voor het goed organiseren en borgen van natuurwetgeving bij projecten. U kunt zich via IPC Groene Ruimte laten opleiden en certificeren.

Op dit moment draait de certificering al voor:
» niveau 3 (werkvoorbereider/bedrijfsleider) en
» niveau 4 (planvormer).

Meer weten over dit onderwerp?
Lees ook het artikel in Stadswerk nr. 10.

Of neem contact op met Ronny Sprong, senior adviseur Fauna, Nature & Wildlife bij IPC Groene Ruimte.

Projectmanagement in de Buitenruimte

Aanleg en beheer van de openbare ruimte wordt voor 95% gedaan via projecten. Het succesvol realiseren van een project in de openbare ruimte is een enorme uitdaging. Als (deel-)projectleider, uitvoerder, voorman of opzichter leidt u projecten waarbij het naast de techniek ook gaat om het beoordelen van omgevingsfactoren en communiceren met de betrokken partijen. Bij projecten in de groene, blauwe en grijze buitenruimte heeft u te maken met een groot scala aan randvoorwaarden zoals wet- en regelgeving, uitbesteding, contracten, planningen, budgetten en kwaliteitseisen.

Wat moet u kunnen om projecten succesvol te managen?

» naadloos projectmatig sturing geven aan uw project en het tot een goed einde brengen
» valkuilen in uw project signaleren en hier juist op anticiperen
» helder, effectief en zakelijk communiceren, zowel intern als extern
» omgaan met conflicten en ze oplossen
» een sterke team player zijn
» bewust zijn van uw taken en verantwoordelijkheden en die van derden in uw project

Alle partijen in de buitenruimte zijn zich er sterk van bewust dat er grote behoefte is aan deskundige projectleiders, uitvoerders, opzichters en voormannen. Maar het aanbod is schaars, de vraag is groot en de ondersteuning- en opleidingsbehoefte van medewerkers en organisaties in de buitenruimte is derhalve groot. Daarom heeft IPC het thema Projectmanagement in de Buitenruimte ontwikkeld. Vanuit dit thema ondersteunt IPC partijen bij het managen van projecten in de buitenruimte. In de vorm van advies, begeleiding, coaching, trainingen en opleidingen.

De dienstverlening die adviseurs en trainers van IPC aanbieden is onder te verdelen in de volgende vijf stappen van het managen van projecten:

Projectmanagement en projectmatig werken
        » Soorten projecten
        » Projectmatig werken
        » Projecten beheersen
        » Projectfasering
        » Reflectie

De mens en het project
        » Gedragsanalyse
        » Functioneren
        » Taak- en mensgerichtheid
        » Teamrollen

Definitiefase
        » Klantgerichtheid
        » Programma van eisen
        » Projectplan/plan van aanpak
        » Communicatie

Voorbereidings-/Ontwerpfase
        » Wet- en regelgeving in de buitenruimte
        » Contract = rode draad van het project
        » Contractvormen: traditioneel (RAW-bestekken) en innovatief (UAVgc)
        » Kaders RAW: juridisch, operationeel, organisatorisch Standaard RAW Bepalingen 2010 en RAW-catalogus
        » Aanbestedingen-ARW 2005
        » Samenwerking

Uitvoeringsfase
        » De cirkels van invloed en de weg naar succes
        » Directievoering UAV 1989
        » Kwaliteitsborging volgens Standaard RAW Bepalingen 2010
        » Bouwvergaderingen
        » Kwaliteiten en valkuilen van de projectleider/coach
        » Evaluatie

Meer weten over dit onderwerp?
Neem dan contact op met Jos Kroets, senior adviseur Projectmanagement in de Buitenruimte bij IPC Groene Ruimte.

Wabo, gemeenten en natuurwetgeving - Rob Borst, adviseur IPC Groene Ruimte

Overheid, bedrijfsleven en burgers, eenieder moet volgens de Flora- en faunawet zorgvuldig handelen waar het omgang met dier- en plantensoorten betreft. De minister van EL&I (Economische Zaken, Landbouw & Innovatie) en de gedeputeerden van provincies zijn bevoegd gezag. Als gemeente met een bestuurlijke verantwoordelijkheid bleek het tot1 oktober 2010al vaak een lastig verhaal om niet bevoegd gezag te zijn maar wel te worden aangesproken op de wettelijke verantwoordelijkheid om zorgvuldig te handelen. Stadswerk vakgroep GNL schreef hiervoor de gedragscodes bestendig beheer ruimtelijke ontwikkeling (RO) die in alle gemeenten toepasbaar zijn. U hoeft dus zelf geen gedragscode te schrijven. De gedragscode RO is net nieuw en vanaf1 januari 2011 beschikbaar voor alle gemeenten.

Op1 oktober 2010werd de gemeente bevoegd gezag Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsvergunning), de omgevingsvergunning deed zijn intrede. Nu is de gemeente dus niet alleen meer aanspreekbaar op haar wettelijke verantwoordelijkheid natuurwetgeving maar is dit integraal onderdeel geworden van haar verantwoordelijkheid in het kader van de Wabo. Bevoegd gezag natuurwetgeving is de gemeente echter niet; dat is nog steeds de minister en de gedeputeerden. De natuurwetgeving is dus geen onderdeel van de Wabo maar aangehaakt aan de Wabo. Hoe hier als gemeente precies mee om te gaan daar wordt door IPC Groene Ruimte in samenwerking met Stadswerk een training voor ontwikkeld die februari 2011 start en gekoppeld wordt aan de persoonscertificering Flora- en faunawet van Stadswerk. Wat de gemeenten kunnen doen is duidelijk. Het gaat erom inzicht te verkrijgen in de vaste rust en verblijfplaatsen en groeiplaatsen van soorten binnen de gemeentegrenzen om op basis daarvan kansen, effecten en dus risico's te kunnen bepalen bij voorgenomen activiteiten van gemeente, bedrijfsleven en burgers. Bij elke gemeente zou dus een Natuurwaardenkaart en Natuurtoetskader beschikbaar moeten zijn. Het natuurtoetskader wordt door Stadswerk ontwikkeld en voor de natuurwaardenkaart kan de Gegevenautoriteit Natuur (GaN) in belangrijke mate faciliteren. De GaN heeft de instrumenten om soortgegevens in te voeren, te managen en te leveren. Gemeenten kunnen dit gebruiken op contractbasis. Het werkt op hoofdlijnen als volgt: verzamelde gegevens worden ingebracht in de Nationale Database Flora en Fauna. De GaN beheert de database en levert gegevens. Omdat een groot aantal organisaties, zoals SOVON, VZZ, FLORON etc., gegevens levert aan de NDFF kan de gemeente meer geleverd krijgen dan zij zelf inbrengt. Natuurlijk zijn hier kosten aan verbonden. Deze zijn echter gering ten opzichte van een eigen systeem en gegevens beheren. De meerwaarde van de NDFF voor gemeenten is dat je meer gegevens terug krijgt als dan je erin stopt.

De instrumenten om natuurwetgeving in het kader van de Wabo goed te kunnen borgen zijn er dus of komen op korte termijn beschikbaar. Het is nu aan u als gemeente om ze ook te gaan gebruiken.

Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Rob Borst, adviseur Fauna, Nature en Wildlife bij IPC Groene Ruimte.

Originele datum blogpost: donderdag 16 december 2010

In 7 stappen naar Duurzaam en Planmatig Groenbeheer

Beste lezer,

Om te beginnen zal ik mijzelf even voorstellen. Mijn naam is Rob Arbeider en ben werkzaam als adviseur en trainer bij IPC Groene Ruimte BV. In 30 jaar praktijkervaring heb ik een eigen visie ontwikkeld op duurzaam en planmatig groenbeheer, waarin een zakelijke, resultaatgerichte benadering centraal staat.

Planmatig en duurzaam groenbeheer bevordert de kwaliteit van het groen en de effectiviteit van de inzet van mensen en middelen. Het toepassen van planmatig en duurzaam groenbeheer stuit echter vaak op blokkades als veeleisende burgers, beperkte budgetten en onvoldoende draagvlak in uw eigen organisatie. Deze training helpt de blokkades te herkennen, ze op te ruimen en op planmatige en duurzame wijze kwaliteitsdoelen te realiseren.

In slechts zeven stappen is duurzaam en planmatig groenbeheer te realiseren.

Stap 1: Creëren van organisatorisch en politiek draagvlak

Stap 2: Effectieve communicatie met burgers

Stap 3: Effectieve communicatie van strategisch tot operationeel niveau

Stap 4: Verbeteren van kwaliteit/kosten verhoudingen

Stap 5: Ombuigen van inspannings- naar resultaatsverplichting

Stap 6: Ontwikkeling van beheer- en onderhoudsplannen

Stap 7: Implementeren nieuwe beheermethoden en -technieken

Deze zeven stappen worden door mij behandeld in de 4-daagse training "In 7 stappen naar duurzaam en planmatig groenbeheer" bij IPC Groene Ruimte. Het programma voor deze praktijkgerichte training ziet er als volgt uit:

Dag 1: Oriëntatie
Als resultaat van dag één heeft de deelnemer zijn of haar leerdoelen voor de training scherp geformuleerd. Aan de hand van objectbezoek weet de deelnemer welke kennis nog bijgespijkerd moet worden en welke blokkades er in de dagelijkse praktijk aanwezig zijn. Tevens worden tijdens de eerste dag, op basis van successie en dynamiek, de argumenten getraceerd voor  planmatig groenbeheer.

Dag 2: Planmatig groenbeheer
Het resultaat van dag twee is dat de deelnemer de doelstellingen voor planmatig beheer in de omgeving heeft benoemd en weet hij of zij welke randvoorwaarden er nodig zijn en hoe streefbeelden ingezet kunnen worden om de doelstellingen te bereiken. Aan de hand van het bezoek aan een object kunnen de deelnemers beheer- en onderhoudsmaatregelen benoemen.

Dag 3: Het beheerplan
Dag drie staat in het teken van het beheerplan: de deelnemer maakt kennis met de opzet van het beheerplan en maakt een stappenplan om tot een concreet beheerplan te komen. Daarnaast hij/zij aan de planmatige invulling van beheer- en onderhoudsmaatregelen.

Dag 4: Planning op middellange termijn
Tijdens dag vier wordt er gewerkt aan een uitvoeringsplan op de middellange termijn (vijf jaar) en wordt op basis van het beheer- en uitvoeringsplan een jaarplanning gemaakt.

Meer weten?
Kijk op www.ipcgroen.nl of neem contact met mij op via mijn contactpagina.

Rob Arbeider
Trainer/Adviseur Professioneel Groen bij IPC Groene Ruimte

Originele datum blogpost: woensdag 12 januari 2011

Landschap en leefgebied van het edelhert: het lezen van de omgeving

Of een omgeving geschikt is voor edelherten, hangt af van het landschap. Een geschikt edelhertengebied heeft een gevarieerde structuur en is van voldoende omvang. Het bestaat uit naaldbossen, loofbossen en gemengde bossen, die worden afgewisseld met open ruimten zoals weiden, ruigten, heideveldjes en her en der een akker. Er is stromend water in de vorm van beken, sloten en meertjes. Aansluitend aan de bossen ligt bij voorkeur een groot weidegebied met verspreidliggende akkers, singels en struwelen, dat grenst aan grote open wateren zoals rivieren en meren. De omvang van een geschikt leefgebied voor een populatie edelherten bedraagt minimaal enkele duizenden hectaren. Hierbij moet er voor de dieren uitwisseling mogelijk zijn tussen verschillende leefgebieden.

In een groot deel van Europa (vanaf de Alpen naar het oosten, noorden en westen) is het landschap geschikt voor edelherten. Dat de dieren slechts in kleine delen van dit enorme gebied voorkomen, is door de mens bepaald. Vanwege schade door vraat aan gewassen en bossen en het gevaar van aanrijdingen met edelherten zijn de dieren verdreven uit goede leefgebieden naar gebieden waar de schade beperkt is. Door veranderende inzichten krijgen edelherten nu echter langzaam maar zeker weer de ruimte om terug te keren naar de leefgebieden waaruit ze verdreven zijn.

Onderdelen leefgebied
Binnen het leefgebied maken edelherten op verschillende manieren gebruik van de omgeving. Ze zijn afwisselend in daginstanden en foerageergebieden te vinden. De vaste routes tussen deze onderdelen van het leefgebied worden ' wissels' genoemd. In de daginstanden rusten edelherten en nemen ze een deel van het voedsel tot zich dat ze dagelijks nodig hebben. Het grootste deel vergaren ze echter in de foerageergebieden.

Daarbij zijn ze afwisselend bezig met eten en met herkauwen. Via de wissels lopen de dieren her en der etend van en naar de daginstanden, waarbij ze vooral gericht zijn op het zeker stellen van hun eigen veiligheid. Het verplaatsingsgedrag van edelherten binnen hun leefgebied wordt behalve door het voedsel, bepaald door de heersende windrichting. Edelherten lopen meestal tegen de wind in om zoveel mogelijk geuren op te vangen. Ze lopen daarbij vooral op de heersende hoge windrichting en reageren minder op wisselende windrichtingen op grondniveau.

Edelherten willen altijd rustig de omgeving kunnen waarnemen om zo nodig tijdig te kunnen handelen. Zowel in de daginstanden en de foerageergebieden als op de wissels moeten de dieren daarom overzicht hebben. In de daginstanden en op de wissels hebben de dieren bovendien behoefte aan beschutting. Voor alle gebieden geldt dat er voldoende voedsel beschikbaar en bereikbaar moet zijn.

Edelherten kunnen alleen in een gebied leven als er voldoende verspreidliggende plaatsen zijn die als daginstanden en foerageergebieden gebruikt kunnen worden. Deze gebieden moeten van voldoende omvang en van goede kwaliteit zijn. Het gaat dan om:

  • open ruimten (bijvoorbeeld heide, veenweide en weiland);

  • landschapselementen die bescherming bieden (deze worden 'dekkingen' genoemd);

  • afwisselend open en gesloten bosgebied.

Daarnaast is het van groot belang dat er voldoende variatie is in:

  • de horizontale en verticale structuur van de begroeiing (afwisselend grassen, kruiden, struiken en bomen);

  • voedselaanbod (verschillende voedselbronnen die in verschillende periodes van het jaar beschikbaar en bereikbaar zijn);

  • vochtaanbod (vocht in planten, dauw en open water).

Meer weten over het edelhert? Adviseur Rob Borst van IPC Groene Ruimte heeft een prachtig boek geschreven over het edelhert waarin diverse onderwerpen aan bod komen. Het boek is online te bestellen via de online boekenwinkel van IPC Groene Ruimte.

Originele datum blogpost: donderdag 27 januari 2011

Voorkom modderpoel voor het doel

Direct na de zomerstop liggen de meeste voetbalvelden er weer spic en span bij: vlak en met een goed gesloten grasmat. Maar na een aantal maanden competitie is in veel doelgebieden de eerste slijtage al weer zichtbaar. Het is onvermijdelijk dat het gras geheel of gedeeltelijk wordt weggespeeld op dit meest geplaagde stukje grasveld. Maar hoe voorkom je dat het een modderpoel wordt?

Zware belasting
De vierkante meters voor de doelmond krijgen het zwaar te verduren. Het duwen, trekken, draaien en afzetten van een groot aantal spelers zorgt voor een aanzienlijke mechanische belasting. Het markeren van het midden van het doel door, naar voorbeeld van Hans van Breukelen, de noppen een paar keer stevig door het gras te trekken is vaak het begin van een open plek. Verder zorgen het inschieten voor de wedstrijd, het medegebruik door de buurt en het gebruik van zware machines voor de nodige belasting. Het is niet verwonderlijk dat het gras voor het doel in de loop van het seizoen afhaakt. Op zich is het ook geen groot probleem, zolang het doelgebied voldoende vlak en stabiel blijft en dat ook bij nat weer het water voldoende wordt afgevoerd.

Oorzaak wateroverlast
Bij een goede profielopbouw en goed onderhoud is het niet nodig om in een modderpoel te spelen. Ook niet als het behoorlijk regent of heeft geregend. Een zware belasting (speeluren, intensiteit) kan de problemen ernstig versterken. De werkelijke oorzaak moet echter vooral worden gezocht in de toplaag en het onderliggende profiel.

Slechts een enkele keer is wateroverlast terug te voeren op een gebrekkige drainage. Vaker ligt de oorzaak in een ongunstige samenstelling van de toplaag, een slechte bodemstructuur of storingen in het profiel. De storingen in het profiel kunnen zowel tijdens de aanleg als door onderhoud ontstaan. Belangrijke oorzaken zijn het gebruik van verkeerd materiaal (grond, zand, toeslagstoffen), het doorwerken onder ongunstige (natte) omstandigheden of een verkeerde machinekeuze. Het resultaat daarvan kan variëren van verdichte en versmeerde lagen tot capillaire breuken.

Om de juiste maatregelen te kunnen bepalen, moet worden vastgesteld wat de oorzaak is en hoe diep het probleem het zit. De eerste stap is altijd een eenvoudig veldonderzoek met spade of holecutter. Ook het meten van de indringingsweerstand is altijd nuttig. Soms moet iets dieper worden geboord of gespit. In veel gevallen is het aan te bevelen ook granulair onderzoek uit te voeren.

Het water infiltreert niet, de samenstelling van de toplaag is ongunstig en structuur ontbreekt
Het profiel breekt af op freeslagen. De gelaagdheid belemmert de waterafvoer en een goede beworteling

Renovatie maatregelen
Als de oorzaak van het modderprobleem bekend is, zijn meestal nog meerdere renovatieoplossingen mogelijk. Vaak is een combinatie van maatregelen noodzakelijk. Voor alle maatregelen is een aantal algemene vuistregels van toepassing:

  • Bedenk dat de laagtes voor het doel ontstaan door verdichting en verplaatsing van grond. De verplaatste grond is niet afgevoerd, maar ligt meestal in een driehoek rondom de laagte. Breng daarom in eerste instantie de verplaatste grond terug op de plek waar het vandaan komt en breng het doelgebied opnieuw onder profiel. Wees terughoudend met het aanvoeren van zand en grond. Zorg steeds voor een goede aansluiting tussen de grondlagen.

  • Verwijder zoveel mogelijk de oude graspollen door affrezen of afsteken. Werk geen verse graspollen onder de grond. De afbraak van vers organisch materiaal onttrekt zuurstof aan de grond, die juist ten goede moet komen aan de wortelontwikkeling.

  • Wees zuinig op de structuur van de grond. Gebruik geen frees en liever ook geen rotorkopeg voor het bewerken van de grond. Deze machines slaan de bodemstructuur kapot. In de doelmond is het bijna onmogelijk om opnieuw een goede bodemstructuur op te bouwen. Afhankelijk van de grond ontstaat op de bewerkingsdiepte bovendien gemakkelijk een storende laag (freeszool), die de ontwatering en wortelontwikkeling sterk kan beperken.

  • Bewerk de grond altijd tot voorbij de oorzaak van het probleem. Het heeft geen zin om te vertidrainen op 0,15 m als de grond tot 0,25 m sterk verdichte is. Gebruik machines die de grond lichten en/of breken, zoals vertidrain, schudfrees, vaste tandcultivator of recyclingdresser. Voorkom versmeren en het kapotslaan van de structuur.

    Recyclingdresser: ook zeer bruikbaar bij het herstel van doelgebieden

  • Indien sprake is van een sterke gelaagdheid of verdichting over een grote diepte, overweeg dan om het probleemgebied door te spitten met de kraan, eventueel in combinatie met verbetering van de grond samenstelling. Bij spitten is het wel belangrijk om in lagen opnieuw te verdichten om ongelijke nazakking te voorkomen.

  • Als sprake is van een dikkere laag met een ongunstige samenstelling, kies dan voor een structurele oplossing en wissel de grond in het probleemgebied (al of niet gedeeltelijk) uit voor betere grond.

  • Gebruik voor het verschralen, opvullen van laagtes grond die aansluit bij de samenstelling van de toplaag. Vermijd het gebruik van te verse organische stof, omdat deze veel zuurstof onttrekt aan de bodem. Dit ongunstig voor de wortelontwikkeling en leidt gemakkelijk tot anaerobe omstandigheden waarin black layer ontstaat. Een aantal sportveldbeheerders heeft goede ervaringen met het doormengen van lava in de toplaag

Cultirol voor het lostrekken van een oppervlakkig verdichte en versmeerde toplaag

 

  • Haal niet meer overhoop dan nodig is. Als er dieper in het profiel geen sprake is van ernstige gelaagdheid of diepe verdichting, voer dan geen intensieve diepe bewerkingen uit, maar houdt structuur zoveel mogelijk intact. Breek de grond in de wortelzone los met een vertidrain of recyclingdresser en trek een verdichte of versmeerde toplaag ondiep los met bijvoorbeeld een cultirol.

  • Losse grond moet weer worden aangereden om voldoende stabiliteit te verkrijgen. Doe dit niet bijvoorkeur met een trekker zonder zware werktuigen in de hefinrichting.


Preventief onderhoud
Om het ontstaan van modderpoelen voor het doel te voorkomen of op z'n minst uit te stellen, is het van belang de grasmat zo lang mogelijk te handhaven. Het gras vangt een deel van de belasting op en beperkt zo het verkneden en versmeren van de bovenste centimeters (behalve als de toplaag veel vocht vast houdt). Daarnaast zorgen de graswortels voor stabiliteit van de toplaag en in het groeiseizoen voor een actieve verdamping van het aanwezige water. In beide gevallen geldt: hoe dieper de beworteling hoe beter.

Zowel de infiltratie als de beworteling vermindert door verdichting van de grond. Bedenk hierbij dat alle verdichting van bovenaf komt. Het sleutelbegrip voor preventief onderhoud in dit verband is dan ook: regelmatig beluchten. In principe zijn alle gangbare beluchtingsmaatregelen als prikrollen, snijden en vertidrainen geschikt, mits uitgevoerd onder goede terreinomstandigheden. Dus niet uitvoeren onder te natte omstandigheden. Verder is het aan te bevelen om de bewerkingsdiepte te variëren en minstens een paar keer per jaar te wiedeggen. Omdat het herstel van de grasmat in de doelgebieden te bevorderen kan wat extra worden bemest. Als het doelgebied kaal gespeeld is, heeft bemesten geen zin meer.

In de zomerstop worden kale plekken hersteld. Een zo lange herstelperiode is gunstig om een zo sterk mogelijke grasmat te krijgen bij het begin van de competitie. In de praktijk is het vaak lastig om de herstelperiode op te rekken. Om de grasmat snel mogelijk dicht te krijgen kan een grotere hoeveelheid graszaad worden gebruikt. Omdat de nieuw ingezaaide doelgebieden met een afwijkend regime beregend moeten worden, is het handig om voor de doelgebieden te installeren die afzonderlijk bediend kunnen worden of op z'n minst een hydrant in de buurt van elk doel te plaatsen. Verder kan winst worden behaald door het gebruik van voorbehandeld graszaad en het afdekken van de ingezaaide plekken met een luchtdoorlatende folie, waardoor het zaad sneller kiemt en vestigt. Elke dag winst is meegenomen.

Meer weten over dit onderwerp?
Neem dan contact op met Ernst Bos, Adviseur Sport-, Speelvelden en Golfbanen bij IPC Groene Ruimte.

Originele datum blogpost: woensdag 9 februari 2011

Blauwalg, hoe voorkomen we dit?

Gevolgbestrijding
Blauwalg is niet alleen meer een probleem voor professionele organisaties. Het is de laatste jaren vooral landelijk een probleem voor burgers en recreanten.  Het is niet alleen een probleem voor de volksgezondheid en schade aan fauna; tevens zijn er hoge kosten mee gemoeid.

Alle betrokkenen zijn volop in beweging om blauwalgen te bestrijden, op te ruimen of in het uiterste geval de wateren af te sluiten. Volop zijn we bezig met het bedenken van maatregelen om de gevolgen te bestrijden. Maatregelen die op zich allemaal goed lijken, maar alleen effect opleveren op de korte termijn. Met korte termijn wordt direct of de komende twee jaar bedoeld. Een opsomming van maatregelen:

  • Afvangen van brasem en uitzetten van snoek

  • Ontwikkelen van schuilplaatsen in en langs het water

  • Uitzetten van watervlooien en andere kleine "algeneters"

  • Brengen van stroming in het water

  • Beluchten en water in water spuiten

  • Aanleggen van helopfytenfilters

  • Water enten met bacteriën

  • Afzuigen van de "drijvende" blauwalgen

Gezien de problemen die blijkbaar jaarlijks groter worden zullen er nog wel meer maatregelen volgen. Zoals al aangegeven hebben deze maatregelen alleen aantoonbaar effect op de korte termijn en zijn zeker niet duurzaam.

Omslagpunt
De ontwikkeling van een overmaat aan blauwalg is eigenlijk zo'n 40 jaar geleden al begonnen. In elk water zit van nature blauwalg en zolang deze niet overmatig voorkomt ontstaat er geen enkel probleem. Echter, door veranderend ruimtegebruik, de functies van het water en wellicht ook de verandering van klimaat hebben tot gevolg dat biotopen veranderen.

Het "omslagpunt" is het moment dat het biotoop niet meer in staat is evenwicht te creëren waardoor uiteindelijk blauwe algen de kans krijgen zich massaal te ontwikkelen. Dit is ook het punt waarbij in vooral wat wateren die minder onder invloed van wind staan (stroming) vissen zuurstofhappend proberen te overleven. De vissen zien we, maar vergeet niet dat de belangrijkste onderdelen in het water, zoals de reeds genoemde watervlooien en alle andere organismen die zuurstof nodig hebben, ook een probleem hebben. Het verdwijnen van deze soorten zorgen voor het omslagpunt waardoor blauwalg zich explosief kan vermeerderen. Het gaat hierbij nog niet over een verstoorde stikstofkringloop en het giftige ammonia en nitriet dat niet alleen vissen, maar ook de andere fauna in het water verzwakt. De overblijvende nitraten zorgen daarbij nog even voor de nodige voedselverrijking. De natuur is gelukkig in staat om zich weer te herstellen. Hier is echter wat hulp bij nodig.

Voorkomen van blauwalg; aanpakken bij de bron
Explosies van blauwalgen zijn eigenlijk relatief eenvoudig te voorkomen (is anders dan bij bestrijden!). We moeten ervoor zorgen dat het biotoop wordt hersteld. Eigenlijk weten we pas echt wat er aan de hand is met het water als het biotoop de voorwaarden schept voor het benodigde evenwicht.

Een goed biotoop is te ontwikkelen met:

  • een consequent beheer

  • de juiste maatregelen op het juiste tijdstip

  • een planmatige aanpak waarbij plan-do-check en act een belangrijke plaats in het beheer inneemt

  • de nodige kennis van randvoorwaarden die het biotoop beïnvloeden

Waterbiotopen zijn erg kwetsbaar en zeer gevoelig voor omgevingsrandvoorwaarden. Het wordt tijd dat voor het waterbeheer waterdichte onderhoudsplanningen aan de muur komen te hangen. Geen beheerplannen maar praktische doe plannen. Planningen waarbij het uitzetten van bijvoorbeeld snoeken of bacteriën deel uit kan maken. Er moeten stappenplannen gemaakt worden voor biotoopherstel.

IPC Groene Ruimte heeft een methode ontwikkeld die in de praktijk wordt getoetst in een pilot project in Enschede. Het gaat hierbij om ca. 30 vijvers met verschillende problemen in randvoorwaarden. Variërend van een paar are tot een aantal ha. Er zijn vijvers waar al binnen een half jaar resultaat kan worden gehaald en vijvers waarvoor meerdere jaren nodig zijn. Uitgangspunt hierbij is optimaal beheer tegen minimale kosten.

Neem voor meer informatie contact op met Rob Arbeider, Adviseur Professioneel Groen bij IPC Groene Ruimte.

Originele datum blogpost: woensdag 9 maart 2011

Vellen met de sorteerknijper - specifieke vaardigheden voor machinisten

Het inzetten van hydraulische graafmachines, uitgerust met een sorteerknijper, wordt in zowel de grijze als in de groene sector gebruikt. In de grijze sector zien we de sorteerknijper o.a. terug bij het slopen van gebouwen of bij het plaatsen van trottoirbanden. In de groene sector wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van dit handige hulpmiddel. Bij het rooien van een borderbeplanting tot het vellen van zware populieren wordt de sorteerknijper al ingezet. Maar ook bij het afzagen van hout kan de hydraulische graafmachine diverse voordelen bieden voor de zager.

Inzetten van de sorteerknijper
De sorteerknijper kan worden ingezet in tuinen, stedelijke en landelijke beplantingen en voor bosonderhoud. Tijdens het vellen van bomen kan de machine de zager assisteren bij zijn werkzaamheden. Het werk van de zager wordt efficiënter en ergonomischer wanneer de knijper stammen boven de grond houdt, takken opruimt en helpt bij het omver duwen van bomen. Daarnaast kan de knijper struiken en kleine bomen in één handeling rooien en in depot zetten.

Training "Vellen met behulp van de sorteerknijper"
Op dinsdag 10 en woensdag 11 november jl. werd de training "Vellen met behulp van de sorteerknijper" aan een groep met een unieke samenstelling gegeven. De training werd gegeven aan een combinatie van medewerkers van de Bomendienst van de gemeente Apeldoorn en machinisten van Van Mourik te Beekbergen.

Samenwerken
De samenwerking tussen beide organisaties komt niet uit het niets. De gemeente Apeldoorn heeft met Van Mourik de afspraak dat, naast de inzet van de knijper bij het uitvoeren van reguliere werkzaamheden, bij calamiteiten materieel en personeel van het grondverzetbedrijf wordt ingezet. Een aantal keren per jaren geeft het KNMI een weeralarm af waardoor het calamiteitenplan in werking treedt. Volgens het hiervoor opgestelde protocol wordt na het afgeven van het weeralarm alles in werking gezet: het (groot) materieel en de machinisten van Van Mourik staan stand-by om de medewerkers van de gemeente Apeldoorn, in samenwerking met onder andere de brandweer, te assisteren bij het verwijderen van de omgevallen bomen en afgewaaide takken.

Omdat de werkzaamheden voor de machinist in het bos anders zijn dan bij bijvoorbeeld het opruimen van puin of andere werkzaamheden in de bouw, hebben beide bedrijven contact opgenomen met IPC Groene Ruimte om de machinisten bekend te laten worden met de specifieke vaardigheden. Tijdens deze training kunnen de deelnemers oefenen in het bos en is er voor de machinisten ruimte om te ervaren hoe het is om bomen om te zagen. De zagers ervaren daarentegen hoe het is om met de hydraulische graafmachine te werken.

Specifieke technieken voor de machinist

Henk Pannekoek van de Bomendienst van de gemeente Apeldoorn legt uit dat het werken met de sorteerknijper specifieke technieken verreist voor de machinist. "Erg belangrijk bij het assisteren bij het vellen is dat de machinist rustig blijft en het overzicht bewaard. Daarnaast is de communicatie met de zager erg belangrijk; het draait om de wisselwerking tussen de zager en de machinist. Goede communicatie ten slotte ook erg belangrijk voor de veiligheid." Omdat weinig machinisten ervaring met dergelijke werkzaamheden hebben, hebben de gemeente Apeldoorn en Van Mourik besloten om samen aan deze unieke training van IPC Groene Ruimte BV deel te nemen.

Voordelen van de training
Door gebruik te maken van de sorteerknijper kan de zager:

  • sneller en efficiënter werken

  • ergonomischer werken

  • veiliger werken

Een ander belangrijk voordeel bij het vellen met behulp van de sorteerknijper is dat de rotzooi ordelijker achterblijft, wat weer voordelen biedt bij het machinaal versnipperen. Voorheen gingen eerst de zagers het bos in om de bomen te vellen, te ontdoen van takken en vervolgens eventueel in de juiste lengte zagen. Vervolgens kwamen de machines er achteraan om het hout op te halen. Deze werkzaamheden vinden nu gelijkertijd plaats waardoor het netjes en opgeruimd werkt voor zowel zager als machinist.

De gemeente Apeldoorn gebruikt deze werkmethode zelden in het bos; het bos is daarentegen wel een ideale plek voor het oefenen met de werktechnieken die bij deze werkzaamheden komen kijken. De geleerde technieken zijn na afloop van de training uitstekend toepasbaar bij veel voorkomende werkzaamheden zoals het vellen langs de weg en in stedelijk gebied. Maar ook voor bijvoorbeeld het rooien van bomen voor het bouwrijp maken van terreinen is het gebruik van de sorteerknijper aan te raden.

Meer informatie over deze unieke training is te vinden op deze website onder Training & Opleiding.

Originele datum blogpost: dinsdag 22 maart 2011

© IPC Groene Ruimte BV 2012

IPC Groene Ruimte BV | Koningsweg 35 | Arnhem | T: 026 - 35 50 100
Nieuwsbrief
Uw garantie

Garantie_logos

Maak kennis met IPC

You need Flash version 8 and JS enabled to view the video

 
 

Volg ons op

Twitter Fb LinkedIn Hyves