opleidingsinstituut voor de leefomgeving Voor professionals van nu die werken aan de leefomgeving van morgen

De kwaliteit van onze fysieke leefomgeving staat onder druk. Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en ruimtedruk vragen om professionals die verder kijken dan hun eigen vakgebied. Bij IPC Groene Ruimte leiden we deze professionals op.

Met ruim 70 jaar ervaring bieden we opleidingen, trainingen en organisatieontwikkeling voor iedereen die werkt aan de buitenruimte. Praktijkgericht, actueel en altijd met een integrale blik. Van uitvoerend tot strategisch niveau, in open inschrijving of op maat voor jouw organisatie.

Jouw werk bepaalt de leefomgeving van morgen. Wij zorgen dat je de kennis en vaardigheden hebt om dat te bewerkstelligen.

Al meer dan 70 jaar ervaring
Breed aanbod aan opleidingen en trainingen
30 bevlogen, deskundige trainers
Aanbod van erkende kwaliteit

Organisatieontwikkeling In 5 stappen opleidingsadvies op maat

1. Kennismaking

Wat zijn jou uitdagingen en doelen?

2. Opleidingsadvies

We ontwikkelen samen een stapsgewijze aanpak.

3. Trainingen of opleidingen

Versterk je kennis en vaardigheden.

4. Evaluatie

We evalueren de voortgang: zijn de gestelde doelen bereikt?

5. Optimalisatie

Aanpassingen maken voor maximaal effect.

Nieuws, inspiratie & verhalen Blijf op de hoogte

Placeholder 07 oktober 2026

Nationale Faunadag 18 september 2026 in beeld

Van wolf tot natuurbrand: faunabeheer steeds vaker gezamenlijke opgave

Nationale Faunadag brengt 175 professionals samen

Een wolf verandert het gedrag van hoefdieren, een bever beïnvloedt zowel het ecosysteem als de waterveiligheid en natuurbrandbeheersing begint lang voordat er überhaupt vuur ontstaat. Tijdens de Nationale Faunadag werd sterk duidelijk hoe ontwikkelingen in natuur en landschap met elkaar samenhangen. Voor professionals betekent dat: eerder kennis delen en verder kijken dan het eigen vakgebied.

De onderwerpen liepen uiteen van wolven en grote hoefdieren tot bevers, muskusratten, korhoenders, natuurbrandbeheersing en zweetwerk. Toch kwam in vrijwel iedere sessie dezelfde boodschap bovendrijven: wie natuur en fauna wil beheren, kan niet uitsluitend vanuit één soort, één belang of één vakgebied kijken.

De ‘Nederwolf’ vraagt om duidelijke grenzen

Dat werd onder meer zichtbaar tijdens de plenaire bijdrage van Erik Koffeman van Faunabeheereenheid Gelderland. Onder de noemer ‘De Nederwolf’ schetste hij hoe de wolf zich in het Nederlandse cultuurlandschap beweegt. Dat landschap verschilt sterk van de uitgestrekte en dunbevolkte leefgebieden waarmee de soort vaak wordt geassocieerd.

Gezenderde wolven laten zien hoe groot en grotendeels onopgemerkt hun bewegingen kunnen zijn. Eén dier legde duizenden kilometers af door onder meer Drenthe, Gelderland en Utrecht, zonder dat mensen hem onderweg opmerkten. Tegelijkertijd zijn wolven op sommige plekken nadrukkelijk aanwezig en beïnvloeden ze het gedrag van hun prooidieren.

Wilde zwijnen bewegen bijvoorbeeld in grotere rotten en edelherten zoeken bescherming in grotere roedels. Reeën laten zich moeilijker zien en verplaatsen hun activiteit verder naar de nacht. Daarmee verandert niet alleen de populatiedynamiek, maar ook de manier waarop beheerders dieren kunnen waarnemen en monitoren.

De terugkeer van de wolf maakt menselijk beheer niet overbodig, benadrukte Koffeman. Predatie richt zich vooral op jonge dieren en heeft niet op iedere leeftijdsklasse of diersoort hetzelfde effect. Bovendien kan de aandacht van wolven verschuiven naar gehouden dieren wanneer wilde prooidieren weerbaarder worden. Bescherming van vee, monitoring van populaties en het stellen van grenzen aan ongewenst gedrag blijven daarom noodzakelijk.

Samenleven met de wolf vraagt om co-existentie met duidelijke spelregels. In het leefgebied van de wolf zal de mens zijn gedrag moeten aanpassen. In en rond de bebouwde omgeving moet andersom duidelijk zijn dat de wolf daar niet thuishoort. Dat vraagt om zorgvuldig toegepaste maatregelen, samenwerking tussen overheden en terreinbeheerders en heldere communicatie naar inwoners en dierhouders.

Gebiedskennis wordt pas waardevol als je haar deelt

Ook bij natuurbrandbeheersing blijkt samenwerking geen sluitstuk, maar een voorwaarde. Natuurbranden zijn niet altijd te voorkomen. Wel kunnen beheerders, gebiedskenners en hulpdiensten samen de kans verkleinen dat een brand onbeheersbaar wordt.

Ester Willemsen van Dutch Wildfire Consultancy liet zien dat veel kennis al beschikbaar is, maar nog te vaak binnen het eigen werkveld blijft hangen. Een terreinbeheerder kent de vegetatie, waterpunten en kwetsbare locaties. De brandweer weet wat nodig is om een brand veilig te bestrijden. Omwonenden en agrariërs kennen de toegangswegen en lokale omstandigheden. Pas wanneer die kennis vóór een incident wordt samengebracht, ontstaat een bruikbaar beeld van het gebied.

Gezamenlijke gebiedsschouwen en oefeningen zijn daarbij essentieel. Kunnen brandweervoertuigen het terrein bereiken? Welke routes blijven bij rookontwikkeling bruikbaar? Waar liggen drinkwatergebieden of andere kwetsbare functies? En welke delen van een gebied zijn juist ongeschikt om hulpdiensten naartoe te sturen?

De gebiedskenner vervult tijdens een natuurbrand een belangrijke rol, maar moet zijn positie in de crisisorganisatie vooraf kennen. Wachten tot de rook boven de bomen uitkomt, is simpelweg te laat om nog visitekaartjes uit te wisselen.

Ook in het landschap zelf liggen kansen. Een weerbaar natuurgebied is minder gevoelig voor onbeheersbaar vuur. Maatregelen zoals het vasthouden van water, het doorbreken van risicovolle vegetatiestructuren en het aanleggen van vertragingszones kunnen tegelijk bijdragen aan biodiversiteitsherstel en natuurontwikkeling. Natuurbrandbeheersing staat daarmee niet los van natuurbeheer, maar hoort er steeds nadrukkelijker bij.

Van waterveiligheid tot dierenwelzijn

Die verwevenheid kwam ook terug in de andere sessies. Zo vertelde Kees Schep over het monitoren en beheren van bevers. De bever is een beschermde soort en een belangrijke landschapsvormer, maar kan door graafactiviteiten en dammen ook watergangen, wegen en dijken beïnvloeden. Dat vraagt om ecologische kennis en inzicht in waterveiligheid en infrastructuur.

Rob Wirtz liet zien hoe specialistisch het beheer van muskusratten is en welke rol speurhonden daarbij kunnen vervullen. Bij het zweetwerk stond juist het dierenwelzijn centraal. Sander Crasborn onderstreepte het belang van zorgvuldig nazoeken na een aanrijding of schot. Niet als vrijblijvende afronding van de jacht, maar als verantwoordelijkheid tegenover het dier.

Ook de conservering en verwerking van dood wild kreeg aandacht. Loes Verstraete van Bouten Taxidermy gaf deelnemers een kijkje in het werk van de taxidermist en liet zien hoeveel verschil een correcte behandeling en aanlevering van een dier maakt.

Het landschap in

De Nationale Faunadag speelde zich nadrukkelijk niet alleen binnen de muren van IPC af. Op de Koningsheide brachten Bart Castelein, Maurits de Groot en Rob Borst natuurvolgend faunabeheer in de praktijk tot leven. Daarbij vormt niet één gewenste soort of vast eindbeeld het vertrekpunt, maar het functioneren van het landschap als geheel.

Gerrit-Jan Spek en Bas Worm gingen in op de toekomst van hertenbeheer in Nederland. Ruud Wantia en Ben Vlaskamp deelden hun ervaringen met de laatste Nederlandse populatie korhoenders op de Sallandse Heuvelrug. Juist bij een kwetsbare soort als het korhoen blijkt hoe sterk populatieontwikkeling samenhangt met de kwaliteit, omvang en inrichting van het volledige leefgebied.

Eerst elkaars wereld leren kennen

De meerwaarde van de Nationale Faunadag zat daarmee niet alleen in de afzonderlijke lezingen en excursies. Minstens zo belangrijk was de ontmoeting tussen mensen die vanuit verschillende verantwoordelijkheden naar hetzelfde landschap kijken.

Een jager ziet andere signalen dan een beleidsmedewerker. Een ecoloog stelt andere vragen dan een brandweerprofessional. Een waterschap kijkt anders naar een beverdam dan een terreinbeheerder. Geen van die perspectieven is op zichzelf volledig.

Integraal samenwerken begint daarom niet bij het gladstrijken van verschillen, maar bij het herkennen en benutten ervan. Door praktijkkennis, ecologie, beleid en veiligheid eerder bij elkaar te brengen, ontstaan betere afwegingen. Niet pas wanneer een wolf probleemgedrag vertoont, een bevergang een dijk verzwakt of een natuurbrand zich door een gebied verspreidt, maar ruim daarvoor.

Met 175 deelnemers liet de Nationale Faunadag zien dat de behoefte aan die uitwisseling groot is. Want de opgaven in de leefomgeving worden complexer. Het antwoord daarop ligt niet in één vakgebied, maar tussen de mensen die er samen verantwoordelijkheid voor dragen.

Deze partners helpen wij een

duurzame en gezonde leefomgeving te creëren

DSC4596
15.000 cursisten per jaar Alles wat je leert is direct toepasbaar in de praktijk
20 hectare eigen praktijkterrein Ideaal voor het testen van producten en diensten
Standaard en maatwerkopleidingen Onze adviseurs denken graag met je mee
Training op jouw eigen locatie Maatwerk en incompany op plek naar keuze