IPC Groene Ruimte maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om jou een optimale bezoekerservaring te bieden, om je relevante informatie aan te bieden en om jouw surfgedrag te meten. Met deze cookies kan IPC Groene Ruimte jouw internetgedrag binnen deze website volgen. Zodoende kan IPC Groene Ruimte advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door op ‘OK’ te klikken, ga je hiermee akkoord.

OK

Het product is toegevoegd aan uw winkelwagen!

Naar winkelwagen Verder winkelen

Helaas, het product is niet meer beschikbaar.

Sluiten

Arboweetjes: Klimatologische werkomstandigheden in de buitenruimte: werken in de kou 1

16 november 2018

Wat zegt de wet?

Werken onder koude omstandigheden valt, net als werken onder warme omstandigheden en werken in de regen, onder de zorgplicht van de werkgever.  En daarom is de werkgever verplicht om de werknemers voor te lichten over de mogelijke risico’s die werken onder koude omstandigheden met zich meebrengt. Ook is hij verplicht om beschermende middelen ter beschikking te stellen of een andere manier van bescherming aan te bieden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan extra verstrekking van warme dranken bij zware werkomstandigheden. Uiteraard moet hij er ook toezicht op houden dat de werknemer de verstrekte bescherming of beschermende middelen ook daadwerkelijk gebruikt.

De arbeidshygiënische strategie, zie ook eerdere Arboweetjes ,  is ook hier van toepassing: liever voorkomen dan genezen.

En ook hier is het Arbobesluit, Hoofdstuk 6, Artikel 6.1 temperatuur van toepassing. Zie de eerdere Arboweetjes.

Wanneer loop je risico?

Een werknemer die werkzaamheden verricht onder koude omstandigheden heeft een verhoogde kans op koude (en/of bevriezings- )letsels en/of ziekteverzuim. Globaal kunnen we stellen dat die verhoogde kans ontstaat onder 0 °Celsius1.  Het een en ander is ook afhankelijk van de omgevingstemperatuur, de gevoelstemperatuur, wind, en het soort werkzaamheden. Bij een gure wind kan zelfs 5 °C al koud aanvoelen. Het KNMI geeft waarschuwingen af over de gevoelstemperatuur, deze kunnen gezien worden als een goede indicator om overeenkomstig te handelen.

Enkele voorbeelden van werknemers die risico lopen:

  • een boomverzorger die werkzaamheden verricht met behulp van een hoogwerker bij koude temperaturen onder de 0 °C1;
  • Een medewerker die veel en langdurig  met een gedragen machine aan de slag is;
  • een medewerker die bij 0 °C1 of lager werkzaamheden verricht in de groenvoorziening of reiniging. Denk hierbij vooral aan handmatig uitgevoerde gladheidsbestrijding;
  • werknemers in de bouw die bij o °C1 of lager werken op een steiger.

Wat zijn de gezondheidsrisico’s?


1 0 °C is een aanname. In de Arbowet staat geen concrete temperatuur genoemd waarboven werkzaamheden meer risicodragend zijn. Soms staat er in een arbocatalogus wel een temperatuur genoemd.

Koude kan allerlei schadelijke gevolgen hebben die met gezondheid te maken hebben. Het hoeft geen betoog dat het geheel nog vervelender wordt als er ook een combinatie is met wind of regen.

(zie ook Arboweetje over werken in de regen). Omdat het regent of waait, wordt de gevoelstemperatuur vaak lager. Daarom wordt vaak een relatie gelegd met verkoudheid en griep (hoewel dit niet wetenschappelijk bewezen is).

Een ander serieus risico is het bevriezen van ledematen, wanneer de temperatuur onder 0 °C komt.

Korte termijn:

  • verhoogd ziekterisico, zoals verkoudheid, griep;
  • verhoogd risico op ziektes aan de luchtwegen, zoals bronchitis;
  • welzijnsklachten, bijna niemand vindt werken in de kou leuk;
  • verhoogde kans op kramp (verkramping)  in met name de handen, zeker in relatie met hand- en armtrillingen. Daarvan is bekend dat er meerdere klachten kunnen ontstaan aan het bewegingsapparaat van ons menselijk lichaam. Let op: Er bestaat een (Europese) richtlijn hand- en armtrillingen waarin wettelijke grenzen worden aangegeven.  Deze is in Nederland verwoord in het Arbobesluit hoofdstuk 6 Fysische factoren, afd.3a art. 6.11a, b en c. Zie hiervoor ook beroepsziekten.nl;
  • Bevriezingsverschijnselen van ledematen, met daardoor een minder goede bloeddoorstroming.

Lange termijn:

Zie ook:
https://www.beroepsziekten.nl/beroepsziekten/hand-armvibratiesyndroom-havs http://wetten.overheid.nl/BWBR0008498/2018-05-01#Hoofdstuk6_Afdeling3a            

Zijn bovenstaande verschijnselen nog niet onomstotelijk bewezen, aan de onderstaande veiligheidsrisico’s bestaat geen enkele twijfel.

Wat zijn de veiligheidsrisico’s?

Veiligheidsrisico’s zijn globaal onder te verdelen in persoonlijke veiligheidsrisico’s en omgevingsveiligheidsrisico’s.

Enkele voorbeelden:

Persoonlijke veiligheidsrisico’s:

  • Doordat je het koud hebt en handschoenen draagt, daalt je gevoeligheid. Daardoor wordt je grip op een steel of handvat minder. De kans dat het uit je hand glipt wordt daardoor groter. Het kan daardoor een ledemaat raken met een verwonding tot gevolg, het wordt een ongeleid projectiel.
  • Je draagt meer kleding tegen de kou, je zal je daardoor minder gemakkelijk verplaatsen en bewegen.
  • Door de kou wordt je bewustzijn verlaagd. Ook kan je gedrag anders worden.
  • Je staat minder stabiel als het glad is, je loopt dus meer kans op uitglijden en daardoor het breken van botten, verstuiken/verzwikken van ledematen, geraakt worden door je eigen machine, enz.)

Werken in de kou neemt dus allerlei risico’s met zich mee. De voorbeelden hierboven zijn niet uitputtend: de lijst is makkelijk aan te vullen met andere voorbeelden.  Omdat er toch vaak onder koude omstandigheden gewerkt moet worden, is bewust hiermee omgaan noodzakelijk. Waar ligt de grens wanneer je nog kunt doorgaan met werken en wanneer je moet stoppen? Die grens is erg moeilijk vast te stellen. Daarom is ook bij kou het maken van afspraken hierover noodzakelijk.  Deze afspraken maken grenzen duidelijk voor zowel werkgever als werknemer. Ook de werknemer heeft hier een rol in: hij moet de gemaakte afspraken nakomen. Zijn de afspraken er niet of zijn deze onduidelijk of onvolledig, dan moet hij op basis van zijn ervaring en opleiding redelijkerwijs in staat worden geacht om het risico dat het werk met zich meebrengt te kunnen inschatten. Hij wordt dan geacht overeenkomstig te handelen als het risico te hoog wordt om nog acceptabel te zijn.

Wat is van invloed op het ervaren van kou?

Het kan 5° onder 0 zijn en dan kan dat helemaal niet koud aanvoelen, zeker met een zonnetje erbij. We noemen het dan mooi vriezend weer. En kou wordt dan meestal niet als belastend/storend ervaren.

Maar is de zon weg, dan ervaren we het al als minder prettig. Het wordt nog onplezieriger als er een windje bijkomt, we gaan het dan steeds meer ervaren als kou. We noemen dit verschijnsel  windchill of gevoelstemperatuur.

 Op de site van het KNMI staat een mooie duidelijke uitleg hierover.

Bron: KNMI

In deze tabel  zie je dat bij windkracht 4 en een temperatuur van  0 °C de gevoelstemperatuur al -5° is. Bij windkracht 6 wordt dit zelfs -8°. Uiteraard zullen andere klimatologische invloeden als regen, sneeuw en ijzel zich hier ook laten gelden.

Welke maatregelen kun je nemen?

Net als bij werken in de regen is het uitgangspunt: ‘bezint eer ge begint’. De al eerder genoemde arbeidshygiënische strategie is van toepassing. Voorkeursaanpak is: begin met het bestrijden van de bron van de risico’s en neem daarna collectieve maatregelen. Lukt dat niet, pas dan individuele maatregelen toe en pas voor de restrisico’s de PBM’s toe.

Maatregelen die de werkgever kan nemen:

  • Geef eerst een goede voorlichting aan medewerkers: vertel wat de risico’s zijn en wat eraan gedaan moet worden om ze te vermijden.
  • Maak een goede werkplanning: misschien kan hierdoor het werken in koude omstandigheden verminderd worden.
  • Zorg ervoor dat werknemers zich regelmatig kunnen opwarmen in een warme omgeving .
  • Kies voor een andere werkmethode, bijvoorbeeld met een machine uitgevoerd met een cabine en een kachel.
  • Verminder de blootstellingsduur, zorg voor regelmatige pauzes en laat deze houden in een warme omgeving.
  • Zorg voor de juiste Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM’s)
  • Zorg dat er toezicht is op het naleven van de regels.

Meer over PBM’s bij werken in de kou

Bij werken in de kou heb je als PBM’s vooral goed beschermende en isolerende kleding nodig, die op de juiste wijze is onderhouden. Hieronder een aantal voorbeelden van kleding met isolerende eigenschappen. PBM’s worden ter beschikking gesteld door de werkgever.

Eenheid van isolerende werking: clo

Het menselijk lichaam zet voedsel om in fysieke en mentale arbeid, maar ook in (rest)warmte: ongeveer 100 tot 120 watt voor een persoon in rust. Onze kleding zorgt ervoor dat de warmte die het lichaam produceert, niet meteen verloren gaat aan de omgeving.

De eenheid voor de isolatie die kleding biedt, wordt uitgedrukt in de eenheid  ‘clo’, naar het Engelse cloth (= kleding).

1 clo is de kledingisolatie die nodig is om een rustende persoon (bijvoorbeeld iemand die zittend een boek leest) comfortabel te houden. Vaste uitgangswaarden bij de vaststelling van clo zijn:

  • blootgesteld aan kalme lucht (0,1 m/s);
  • een temperatuur van 21 °C;
  • een relatieve vochtigheid van 50%.

In de praktijk komt 1 clo overeen met de isolatie die normale kleding en het gebruikelijke ondergoed bieden.

Voor de rekenwonders onder ons en die het interessant vinden:   1 clo = 0,155 m2 °C/W

Elk kledingstuk heeft een precies bepaalde clo-waarde. Het zou verplicht  moeten zijn dat dit getal op het etiket of gebruiksaanwijzing vermeld staat.

Enkele voorbeelden:

T-shirt met korte mouwen:        0,10 clo

Dikke trui:                                  0,20 - 0,40 clo

Hemd met lange mouwen:        0,20 - 0,30 clo

Lange broek:                             0,20 - 0,35 clo

Wanneer je de clo-waarde van de verschillende kledingstukken bij elkaar optelt, zie je hoeveel lagen kleding je nodig hebt om je comfortabel te voelen.

De clo-waarde maakt het mogelijk om precies te berekenen welke kleding we moeten dragen bij een bepaalde temperatuur.  Als vuistregel geldt dat een verandering van 1 graad in (buiten- en binnen-)  temperatuur een verhoging of verlaging van 0,18 clo in kledingisolatie vereist. Als de temperatuur ongeveer 16 °C is, dan moet de benodigde isolatiewaarde ongeveer 1,9 clo zijn. Daalt de temperatuur naar 10 °C, dan is een isolatie nodig van ongeveer 3 clo.

De doorwerkjas

Bij werken in de kou is een goede doorwerkjas heel belangrijk. Hij moet regendicht, ademend en isolerend (warmte vasthoudend)  zijn.  Voering moet verwijderbaar zijn en bij voorkeur vervangen kunnen worden door een ander type voering.

Een doorwerkjas heeft een isolerende buitenzijde . De isolerende werking ervan is afhankelijk van het materiaal en de kleur. Die van de binnenvoering is materiaalafhankelijk: materialen als fleece, wol of gewatteerde stof hebben ieder hun eigen isolerende  werking. Idealiter zou je dus verschillende soorten binnenvoeringen bij 1 jas moeten hebben.

Een doorwerkjas kan van dun materiaal zijn met de juiste isolatiewaarde. Dat is comfortabeler: je wordt minder beperkt in je bewegingsvrijheid. Uiteindelijk is een doorwerkjas die maatwerk is, welzijns- en veiligheidsverhogend.

Isolerende onderkleding

Ook wel thermo-ondergoed genoemd. Er zijn vele soorten met verschillende isolatiewaarden.

Flanellen ondergoed is de oudst bekende soort. Broeken en hemden werden erin uitgevoerd. Maar dit materiaal is verdrongen door andere materialen. Tegenwoordig wordt isolerende onderkleding uitgevoerd in mengsels van wol, polyamide (nylon), polyester en zelfs bamboevezels.

Bron: Mauritz Bussum

Isolerende voetbescherming

Dit zijn de zogenaamde thermosokken.

Gebruik een goed gevormde sok, zonder naden. Let op dat de werkschoen niet te krap wordt.

Een alternatief zijn schoenen met een binnenvoering van bijvoorbeeld wol.

Isolerende handbescherming
Je hebt speciale katoenen binnenhandschoenen en uiteraard gevoerde werkhandschoenen.
Ze moeten goed passen en de juiste bescherming bieden.

Hoofdbescherming

De meest bekende is de muts, die er weer is in allerlei materialen, maten en vormen. De mens raakt veel lichaamstemperatuur kwijt via het hoofd.
Een muts is dus heel belangrijk.

Gelaatsbescherming

Denk hierbij aan dassen, brillen, bivakmutsen.

Afschermingen

Breng steigerkleden of andere schermen aan tegen de wind op de plek waar gewerkt wordt.

Voorlichtingen en toezicht houden

Voorlichting is een must. Je kunt dit op allerlei manieren organiseren, bijvoorbeeld met posters, toolboxmeetings, e-mail, deze nieuwsbrief uitdraaien en op een infobord hangen enz.

Als je zaken voorschrijft, moet er ook toezicht gehouden worden op naleving van de afspraken. In de wet staan voorlichting en toezicht genoemd. Beide moeten goed geregeld zijn.

Tot slot

Het is belangrijk dat je je bewust bent van de risico’s die je dagelijks loopt tijdens het werken in de buitenruimte. Koude is er één van. Arbowet en Arbobesluit , -regeling en -catalogus geven goede richtlijnen hoe we ermee om moeten gaan. Gebruik je verstand en schat steeds van tevoren de risico’s in. Zo verklein je de gezondheidsrisico’s en blijft de openbare ruimte een mooi vakgebied om werkzaam in te zijn.

Deel 2 behandelt de achterliggende theorie en de EHBO als het toch fout gaat. Houd deze blog in de gaten!

Meer weten of reageren op deze blog?

Neem dan contact op met ing. Arnold Bakker, Veiligheidskundige (HvK) en Oranje kruis-docent bij IPC Groene Ruimte:
E info@ipcgroen.nl
T 026 – 355 0100

Deel deze pagina

Terug naar overzicht
Meer informatie? Neem contact met ons op Contact

Waarom IPC?

Bezoekadres

Koningsweg 35,
6816 TG Arnhem

Postadres

Postbus 393,
6800 AJ Arnhem

Iedere werkdag geopend van 08:00 tot 17:00 uur.

Telefoon 026 35 50 100
Fax 026 44 55 629
Email info@ipcgroen.nl