IPC Groene Ruimte maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om jou een optimale bezoekerservaring te bieden, om je relevante informatie aan te bieden en om jouw surfgedrag te meten. Met deze cookies kan IPC Groene Ruimte jouw internetgedrag binnen deze website volgen. Zodoende kan IPC Groene Ruimte advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door op ‘OK’ te klikken, ga je hiermee akkoord.

OK

Het product is toegevoegd aan uw winkelwagen!

Naar winkelwagen Verder winkelen

Helaas, het product is niet meer beschikbaar.

Sluiten

Wolven en Mensen Deel 2, samen leven zonder kleerscheuren

12 december 2019

Wolven, top predatoren, een leven lang jager. Alles wat het dier doet is gericht op gezond en vitaal zijn, de dominantie van het roedel, de voortplanting en daarmee de gunstige staat van instandhouding soort. Deze grote roofdieren (carnivoren) van ca. 65-80cm schouderhoogte en gemiddeld 40 tot 50 kg lichaamsgewicht hebben dus prooi nodig en beschikken over een uitmuntende set vaardigheden om subliem te kunnen jagen.

Echte powerdieren zijn wolven niet. Ze hebben niet zo veel bijtkracht als bijvoorbeeld de hyena. Gewicht en spiermassa zoals bij leeuwen is ook niet waar wolven zich in onderscheiden. Pure snelheid zoals de jachtluipaarden en haaien tonen hebben de wolven ook niet. Kortom in de wereld van de top predatoren zijn de wolven individueel niet het meest indrukwekkend. In hun verspreidingsgebied zijn dat ook niet de skills die gevraagd zijn.

Bij wolven gaat het om de skills die nodig zijn om in grote gebieden op het noordelijk halfrond te leven. Waar de seizoenen sterke wisselingen in het landschap brengen en waar er veel vegetatie en open ruimte is jaarrond om prooien te kunnen bemachtigen. En die hebben ze tot in de perfectie ontwikkeld. Bij wolven is het roedel het bepalende jachtmiddel. De wolven zelf beschikken over een uitmuntend observatievermogen, “stealthmodus”, uithoudingsvermogen, strategisch en tactisch inzicht.

Het lerend vermogen van een wolf is uitstekend. Observatie is een van de meest belangrijke activiteiten die de wolf dagelijks doet. Hun optisch en analytisch vermogen is groot, dat is ondersteund met een fenomenaal ontwikkeld geurvermogen en gehoor, dat maakt de wolf een intelligent strategisch en tactisch slim dier. Wolven kunnen op hun trektochten in het leefgebied tot wel 150km per 24 uur afleggen. Als ze op jacht zijn kunnen ze 20 tot 25km lang snelheden van 30km/h volhouden. Over een afstand van ca, 3km kunnen ze snelheden van 50 tot 60km/h volhouden. Op de korte sprint halen ze een snelheid van 70 tot 85 km/h.

De wolven die in Nederland zijn gaan leven hebben deze vaardigheden natuurlijk ook en handelen ook op basis daarvan. Het is de zaak om als wolf een roedel te vormen. Dat doe je in een geschikt leefgebied. Een gebied waar voldoende prooi, beschutting en rust is. De rust is vooral van belang in het gebied waar de welpen geboren worden. Deze welpengebieden zijn ongeveer 5 tot 20km2 groot en daar blijven de welpen de eerste 6 maanden van hun leven. In zo’n gebied zijn doorgaans 5 tot 10 geschikte verstopplaatsen voor de welpen beschikbaar waar de wolvin met haar welpen gebruik van maakt.

Het roedel is in eerste instantie bepalend om een bepaald territorium te kunnen beheersen. De vijand van de wolf is primair namelijk de wolf zelf. Zo werkt dat nu eenmaal bij top predatoren. Onderlinge concurrentie houdt de soort steeds maximaal aangepast aan hun omgeving. Daar waar individuen verzwakken en een roedel verzwakt begint als snel een onderlinge strijd om dominantie en de territoriumgrenzen.

De omvang van het leefgebied van wolven in een gezonde populatie wordt in hoofdzaak bepaald door de dichtheid aan wolven, voedselbronnen, verstopmogelijkheden en de druk van mensen.

In de Europese populatie is de roedelgrootte tussen de 4 en 11 wolven per roedel en zijn de dichtheden van wolven gemiddeld 20-25 per 1000km2 (ter vergelijk: de Veluwe is ca. 1000km2). Op hoofdlijnen kan op basis van gedrag en leefwijze onderscheid gemaakt worden in toendrawolven, boswolven en cultuurwolven (Michailov 2004). De toendra en boswolven leven in uitgestrekte gebieden waarbij ze weinig contact hebben met mensen. Door deze wolven worden, hoofdzakelijk in het wild, levende prooidieren gegeten. Bij de zogenoemde cultuurwolven (ook de wolven in Nederland) is de kans op knelpunten met mensen groot omdat naast wilde dieren ook gehouden dieren en huisdieren als prooi beschikbaar zijn. De predatie op gehouden dieren betreft naast een deel paarden en runderen vooral schapen. Bij voorkeur vindt de predatie in de zomer plaats. Dit is de periode waarin wolven het meest lastig aan prooi kunnen komen en er veel prooi nodig is voor het opeten en het leren jagen van de welpen. De gehouden dieren zijn dan ook in de regel het langst buiten en vaak ook het verst bij de stal vandaan. Het aandeel predatie kan door specialisatie van een roedel oplopen tot 90% gehouden dieren. Gemiddeld genomen bedroeg op basis van meerjarige onderzoeken in Rusland de predatie van gehouden dieren (door cultuurwolven) ca. 2% van de gehele veestapel die zich in het buitengebied bevindt (en dat kan absoluut ook om hoge aantallen gaan).

Bepalend voor de wolf is dus dat je in een roedel kan leven en niet gewond raakt. Beide punten bepalen hoe succesvol je bent om als top predator te functioneren. Immers een leven lang jagen is wat er nodig is om voort te bestaan. Dat zie je dan ook terug in de jachtstrategie van wolven.

Wolven die door omstandigheden alleen zijn of op zoek naar een nieuw leefgebied pakken vooral de makkelijke prooien en mijden conflicten met andere wolven en mensen. Niet gewond raken is het devies. Een ree of een schaap doden en opeten is dan wat vaak gebeurt. Zeker wanneer schapen onbeheerd zijn, zijn ze een makkelijk prooi.

Hoe groter het roedel, hoe groter de prooi. Een wolf heeft ongeveer 3kg vlees per 24 uur en jaarlijks zo rond de 1000kg vlees nodig. In hongersituatie kan een wolf meer dan 10kg vlees in een keer opeten. Met meerdere wolven kan je ook grote prooien doden waarbij de kans dat je gewond raakt zo klein mogelijk blijft. Vanuit de flank wordt er dan aangevallen waarbij de prooi vermoeid raakt en afgeleid wordt en uiteindelijk maakt een sterk dier de kill met een beet in de hals. De prooisoort wordt bepaald door de dominante wolvin. In de periode dat de welpen leren jagen worden regelmatig meer dieren gedood dan er worden gegeten. De logica hierbij is dat het leren jagen en doden dan de noodzaak tot eten op dat moment overstijgt.

Wolven blijven ook niet direct bij hun gedode prooi(en) in de buurt als ze deze nog niet volledig opgegeten zijn. Vaak wordt enkele kilometers verderop gerust. Hierdoor wordt er vaak door andere soorten dieren zoals vos, marter en kraaiachtigen gebruik gemaakt van de prooien van de wolven.

De invloed van wolven op wilde hoefdieren is op hoofdlijnen positief. In de gebieden zonder wolven stijgen de hoefdierpopulaties sterk en neemt de migratie in het leefgebied af. In gebieden waar de wolf kwam daalde het aantal hoefdieren in eerste instantie aanzienlijk tot een bepaald niveau waarin balans ontstond en nam de migratie van wilde hoefdieren in het leefgebied toe. Enkele kencijfers uit vele onderzoeken in Oost Europa (Stubbe 2008) zijn: afname van 30% van de populaties edelherten en reeën. Tot 98% reductie van de aanwas van wilde zwijnen en tot 70% afname van de populatie wilde zwijnen. Wolven en moeflons is geen duurzame combinatie. De moeflon is een soort uit de berggebieden van Corsica en Sardinië met bijbehorende leefwijze en gedrag. Deze dieren zijn als wild schaap uitgezet in midden en noordwest Europa. Voor de wolven zijn deze dieren op basis van hun gedrag makkelijke prooien en de populaties worden door wolven dan ook volledig weg gegeten.

En dan de relatie tussen wolven en mensen. Wolven mijden zo veel mogelijk contact met mensen en honden die ze houden ter bescherming voor wolven. Andersom is dat overigens ook zo, mensen mijden van nature contact met wolven omdat het top predatoren zijn. Een duidelijk punt blijkt dat als er een toename is van het aantal wolven,  ook het risico toeneemt dat er confrontaties zijn tussen mensen en wolven waarbij mensen gebeten worden en wolven geschoten. Bij de huidige aantallen wolven in Nederland is het risico nog bijzonder laag (uitsluiten kan helaas niet). In Duitsland zijn er in de afgelopen 20 jaar inmiddels al wel confrontaties geweest. Hoewel deze niet geleid hebben tot ernstig letsel van mensen. Wel gedode huisdieren, vooral jachthonden, huishonden en katten. Aanvallen van wolven op mensen zijn er in de afgelopen 200 jaar zeker geweest. Vooral in de periode 1800 tot 1900 werden er relatief veel mensen aangevallen en ook opgegeten in de gebieden in Oost Europa, Rusland en Siberië. Natuurlijk waren dat andere gebieden, andere tijden en andere omstandigheden. Ook in de 20e eeuw werden er nog regelmatig mensen aangevallen in die gebieden waar veel wolven (4/100 ha en meer) waren. Deze hoge dichtheden wolven kwamen voor in gebieden waar ook grote hoeveelheden gehouden dieren aanwezig waren en er veel dierlijk afval in leefgebied gedumpt werd. In een flink aantal gevallen heerste er rabiës bij wolven die mensen aanvielen. Wolvenonderzoekers kwamen tot de volgende constateringen: Manteufel (1949),”Gezonde wolven vallen geen mensen aan.”  Kruschinski (1980), “De aanvallen op mensen zijn vooral door grote oude wolven en is een verhoogd risico in de zomer wanneer wolven jongen hebben.” Pavlow 1990, “Meer wolven, meer voor de mens gevaarlijke dieren.” Kortom bij lage dichtheden gezonde wolven is de kans op conflicten met de mens gering.

Om samen te leven met wolven zonder kleerscheuren is het dus zaak om te leren hoe de wolven leven, hoe ze zich gedragen en wanneer er een verhoogde kans bestaat op conflicten tussen wolven en mensen.

In het 3e artikel in deze serie wordt een handvat gegeven op welke wijze wij kunnen handelen om de kleerscheuren blijvend te voorkomen in het samen leven met wolven.

 

Deel deze pagina

Terug naar overzicht
Meer informatie? Neem contact met ons op Contact

Waarom IPC?

Bezoekadres

Koningsweg 35,
6816 TG Arnhem

Postadres

Postbus 393,
6800 AJ Arnhem

Iedere werkdag geopend van 08:00 tot 17:00 uur.

Telefoon 026 35 50 100
Fax 026 44 55 629
Email info@ipcgroen.nl