IPC Groene Ruimte maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om jou een optimale bezoekerservaring te bieden, om je relevante informatie aan te bieden en om jouw surfgedrag te meten. Met deze cookies kan IPC Groene Ruimte jouw internetgedrag binnen deze website volgen. Zodoende kan IPC Groene Ruimte advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door op ‘OK’ te klikken, ga je hiermee akkoord.

OK

Het product is toegevoegd aan uw winkelwagen!

Naar winkelwagen Verder winkelen

Helaas, het product is niet meer beschikbaar.

Sluiten

Alumnivereniging VVA Larenstein interviewt IPC-collega Rob Borst

11 oktober 2016

Ambitieus is Rob Borst zeker als het gaat over kennisdelen. Wat dat betreft past zijn functie als senior-adviseur natuurwetgeving en faunabeheer bij IPC Groene Ruimte hem als een maatpak.

Het Innovatie en Praktijk Centrum (IPC) Groene Ruimte in Schaarsbergen is voor velen bekend terrein. Wie heeft er niet bijvoorbeeld als student bos- en natuurbeheer of land- en watermanagement praktijklessen gedaan of vanuit de beroepspraktijk een certificaat gehaald of een opfriscursus gedaan? Welke docent of vakspecialist in het groene domein raadpleegt niet hun boeken of wint er advies in? Ofwel: IPC stimuleert een leven lang leren en werkt gezamenlijk met het werkveld aan innovaties voor boom, fauna, groen en bodem & water.

Zandzakken op de dijk

Rob  Borst voelt zich in zijn element bij IPC. In samenwerking met innovatieve partners kennis ontwikkelen en delen. Dát is zijn drive. Daar kwam hij vijftien jaar geleden achter na een loopbaan van bijzondere ontwikkelingen en wendingen: lagere en vervolgens middelbare tuinbouwschool, waar hij aanvankelijk boomteelt deed maar een overstap maakte naar tuinaanleg en onderhoud. ‘Zoals  elke ondernemende mbo’er had ik een eigen bedrijfje.’ Tijdens een mbo+-opleiding (kopopleiding) in Houten, kreeg hij het advies om naar Larenstein te gaan, wat hij deed. Daar maakte hij de overstap naar land- en watermanagement. ‘Het was de tijd van de hoogwaters van ‘95/’96.  Samen met een studiegenoot belde ik rond en in een paar uur tijd  hadden we bussen vol studenten bij elkaar. ’s Avonds stonden we op de dijk bij Varik samen met de  militairen zandzakken te sjouwen.’ Dat viel  op bij de begeleider externe projecten van Heidemij (Arcadis). Borst studeerde er af en kreeg de vraag er te komen werken. Bij Arcadis kwam hij in de “grote dijkenwereld” en werd hij snel volwassen. ‘In het kader van de Noodwetdijken kreeg ik als ontwerpleider 70 procent van de  dijken in het bovenrivierengebied onder handen. Het ontwerp bepaalde of iemand zijn dijkhuis moest verlaten of niet. Dat blijft je bij naast alle technische innovaties uit die periode.’

European Tree Worker

‘Het was een prachttijd met allemaal nieuwe ontwikkelingen, waaronder de aanleg van de  eerste mee stromende nevengeulen. De opmaat naar het concept Ruimte voor de Rivier.’ En toch dacht Borst: ‘Blijf ik nu de rest van mijn leven projectleider of werk ik om hogerop te gaan? Nee, ik wil toegevoegde waarde op het vlak  van kennis delen kunnen leveren.’ De vacature hoofdinstructeur boombeheer bij IPC kwam langs en daarmee gaf  hij zijn loopbaan een definitieve wending. ‘Ik wist wel  wat van bomen en er lag een uitdaging om de certificering European Tree Worker (ETW) op te zetten, met als vervolg daarop European Tree Technician (ETT). Het ging erom een doorlopende leerlijn neer te zetten – van basis boomverzorging naar ETW en ETT – en dan ook nog eens internationaal. De certificering en opleidingen zijn inmiddels bekend en zeer gewaardeerd. Dit jaar is bij IPC Groene Ruimte de  duizendste ETW’er gecertificeerd.

Faunabeheer & natuurwetgeving

Toen eenmaal ETW en ETT draaiden kon Borst aan de slag met faunabeheer en natuurwetgeving; datgene waarvoor hij vooral naar IPC is gegaan. Hij werkte mee aan de ontwikkeling in het grofwildbeheer binnen de nieuwe kaders van de natuurwetgeving. De nieuwe methodiek voor faunabeheer op leefgebied niveau, waarvoor hij mede de basis legde, was en is daarbij leidend. ‘Dieren houden zich niet aan administratieve grenzen en benutten delen van hun leefgebied op basis van beschikbaarheid en bereikbaarheid van hun primaire levensbehoeftes. Dat is het uitgangspunt voor planmatig duurzaam beheer.’

Van zijn hand kwamen twee boeken “Grofwildbeheer in de praktijk” en het standaardwerk “Edelherten, observeren en herkennen”, de eerste in de  serie over grofwild in Nederland. In samenwerking met Staatsbosbeheer en de Wildbeheereenheden ontwikkelde hij de eerste werkplannen voor grofwildbeheer met de leefgebied aanpak in de praktijk; een blauwdruk voor uitvoering van planmatig duurzaam faunabeheer in Nederland. Ook de grofwildopleiding van IPC werd hierin geïntegreerd en doorontwikkeld als basis voor deskundig en vakkundig beheer. Parallel daaraan legde hij de basis voor de tweede generatie gedragscodes beheer en ruimtelijke ordening, het instrument bij zorgvuldig handelen in het kader van de Flora- en faunawet. De Gedragscode Bosbeheer was de eerste. Borst was er kritisch over. ‘Op 15 maart moesten volgens de  code de boswerkzaamheden stoppen, behalve in naaldhoutopstanden. Daar zitten nou net de  kruisbekken en ransuilen! Verder leek het in de  eerste generatie gedragscodes wel  alsof je de natuur kon vangen in tijdsperiodes. Waterschappen mochten in mei op papier niet meer maaien. Maar dat gaat helemaal niet, dan krijg je stromingsweerstand. Het waren heikele punten. We zijn opnieuw aan tafel gegaan voor een tweede generatie gedragscodes. Een belangrijke wijziging was dat het hele jaar in de natuur gewerkt moet kunnen worden, mits je zorgvuldig handelt. Dat betekent plannen en contracten maken waarin de natuurwetgeving specifiek is uitgewerkt om negatieve effecten te voorkomen of te beperken en een zorgvuldige uitvoering op basis van plannen van aanpak. Bevorderen van bewustwording en deskundigheid is de sleutel om natuur daadwerkelijk te behouden.’

Certificering Flora- en faunawet

Voor dat zorgvuldig handelen heeft IPC samen met de Vereniging Stadswerk Nederland en de vereniging van hoveniers en groenvoorzieners VHG een certificering opgezet. ‘De voorman buiten, de man op de machine, de uitvoerder, de opzichter, de beheerder of de planvoorbereider, van stadsgroen tot bos en van watergang tot een Vinex-wijk; iedereen moet een bepaalde mate van deskundigheid hebben om het werk goed te doen en de natuur zo min mogelijk te benadelen. Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen zich alleen aan de doelstelling en regels van de Flora- en faunawet houden. Daar is de certificering op gebaseerd.’

‘De opleidingen die  leiden tot de aan de gedragscode gekoppelde deskundigheid kunnen behalve door ons ook door andere opleiders gegeven worden. Wij zijn de certificerende organisatie namens Stadswerk, de kwaliteit ontwikkelende en toetsende instantie. Het doel is om zoveel mogelijk mensen bekwaam te maken. Als eenieder zorgvuldig handelt is duurzaam behoud en ontwikkeling van biodiversiteit een stap dichterbij. Dit jaar wordt mogelijk het 10.000ste certificaat uitgereikt. Dat hebben we met Stadswerk, VHG en alle opleiders maar mooi voor elkaar gekregen. Op naar de 20.000! Dat is geen verkeerde doelstelling in de buitenruimte waar een veelvoud aan mensen werkt. We gaan nu beginnen met opzichters en uitvoerders in de  buitenruimte. We zijn eigenlijk nog maar net begonnen.’

Duurzaamheid en biodiversiteit

Zorgvuldig handelen zijn terugkerende woorden  in het gesprek met Borst. Ofwel: hoe richten we  de samenleving zo in,  dat mensen zich kunnen blijven ontwikkelen en de natuur kan blijven bestaan. Soms lijken belangen tegenstrijdig, maar vaak komen ze met nieuwe kennisoplossingen binnen handbereik. ‘Voor verduurzaming isoleren we spouwmuren, maar daarmee heffen we de vaste rust- en verblijfplaatsen van bijvoorbeeld vleermuizen op.  Er zijn andere opties uiteenlopend van overwinteringsverblijven tot opzetmuren. Er kan veel als je er maar voor zorgt dat vaste rust- en verblijfplaatsen, groeiplaatsen, biotopen en leefgebieden een vanzelfsprekend onderdeel zijn van een ontwikkeling. Daar is innovatie en ontwikkeling voor nodig. Voor een groot aantal soortgroepen hebben we in een CROW  (Kennisplatform) werkgroep samen met belanghebbende deskundigen de eisencatalogus flora- en faunavoorzieningen ontwikkeld.’

De lijn van wetgeving naar praktijk is voor het onderdeel behoud op basis van zorgvuldig handelen ingevuld en geborgd. De volgende stap is vertaling van het bovenliggende doel “duurzaam behoud en ontwikkeling van biodiversiteit”. ‘Natuurlijk zijn we ook daarmee op zoek gegaan naar de innovatie en ontwikkeling in de praktijk. Beleidsdoelen genoeg, maar een concrete eenduidige vertaling naar de praktijk ontbrak. Daarom hebben we samen met een beheerder in stedelijk en landelijk gebied de Meetlat Biodiversiteit ontwikkeld en uitgebreid getest. Collega Rob  Arbeider stond aan de basis van deze innovatie  in beheer, waarmee de biodiversiteit van de  gehele leefomgeving, bijvoorbeeld een wijk, park, stad of natuurgebied objectief is te meten. Voor dit soort zaken halen we specialisten en ervaringsdeskundigen naar het IPC in klankbordgroepen, specialistengroepen of als docent; iedereen die  toegevoegde waarde kan leveren. Wij hebben de rol om de kennis en kunde te verzamelen, te bundelen, op te waarderen, er een methodiek voor te ontwikkelen en ten slotte aan de markt of aan scholen beschikbaar te stellen. De vraag naar praktijkkennis en kunde is enorm hoog. Dat komt goed uit, want van kennis delen krijg ik nou net plezier.’

Tekst: Ria Dubbeldam

Deel deze pagina

Terug naar overzicht
Meer informatie? Neem contact met ons op Contact

Waarom IPC?

Bezoekadres

Koningsweg 35,
6816 TG Arnhem

Postadres

Postbus 393,
6800 AJ Arnhem

Iedere werkdag geopend van 08:00 tot 17:00 uur.

Telefoon 026 35 50 100
Fax 026 44 55 629
Email info@ipcgroen.nl