IPC Groene Ruimte maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om jou een optimale bezoekerservaring te bieden, om je relevante informatie aan te bieden en om jouw surfgedrag te meten. Met deze cookies kan IPC Groene Ruimte jouw internetgedrag binnen deze website volgen. Zodoende kan IPC Groene Ruimte advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door op ‘OK’ te klikken, ga je hiermee akkoord.

OK

Het product is toegevoegd aan uw winkelwagen!

Naar winkelwagen Verder winkelen

Helaas, het product is niet meer beschikbaar.

Sluiten

Van rooien naar waarderen: totale ecologische boomwaarde als afwegingskader

07 juni 2022

Boom beoordelen op veiligheid én biodiversiteit


De beslissing om een boom te kappen of niet, wordt in Nederland voor een groot deel bepaald vanuit het oogpunt van veiligheid. Dood hout? Boomholtes of andere gebreken? Om, die boom. Maar, zo pleit Ronny Sprong van IPC Groene Ruimte, dat kan anders. Wat het kapbeleid betreft, ziet hij in de sector de ontwikkeling dat de ecologische boomwaarde steeds vaker dient als afwegingskader. Een praktijkvoorbeeld uitgelicht.

Via: Vakblad Boomzorg

De gemeente Arnhem en IPC Groene Ruimte weten elkaar regelmatig te vinden. Zo heeft de gemeente oefenobjecten ter beschikking gesteld voor studenten van IPC Groene Ruimte, onder meer voor de vierdaagse trainingen faunacontroleur en -inspecteur en de opleiding European Treeworker. Ook volgen medewerkers van de gemeente geregeld trainingen. Zo ook Vivienne van Sante. Van Sante is stadsdeelmanager van Arnhem Noordwest, een gebied dat de Rijn tot Schaarsbergen bestrijkt.

Sprong en Van Sante hebben regelmatig contact met elkaar, ook over de historische beukenlaan aan de Waterbergseweg in Arnhem, die parallel loopt aan natuurbegraafplaats Moscowa. Sprong woont in de buurt. Hij trof onlangs een affiche aan op een van de bomen, waarop stond dat kappen noodzakelijk is vanwege gevaar of afsterving. Sprong besloot contact te zoeken met Van Sante, waarna ze samen met de aannemer een rondgang maakten langs de beoordeelde bomen. 'Om te kijken of we wel de juiste dingen doen. Bij een aantal bomen constateerden we dat er meer stam kon blijven staan', zo licht Van Sante toe.

Een beuk die op stam is gezet

Ze vertelt verder: 'Op locatie werd duidelijk dat de gemeente de bomen niet in hun geheel zou kappen, maar dat ze op stam blijven staan.' Door een boom op stam te zetten, behoud je tot op zekere hoogte een leefomgeving voor verschillende fauna, zoals de holen- of de houtduif. Maar ook zwammen en insecten zijn er gek op. Het credo in natuurland luidt niet voor niets: dood is leven.

'Het is eigenlijk een soort stervensbegeleiding', zegt Sprong, als we afspreken met Van Sante bij Moscowa en langs de Waterbergseweg lopen. 'De beuken in deze laan zijn bejaard; het logische gevolg is dat ze op termijn gebreken gaan vertonen.' Het op stam zetten, waarbij je de kroon terugsnoeit tot alleen de stam overblijft, geeft wellicht een ongebruikelijk beeld, maar laat plaatselijke fauna geleidelijk wennen aan het verdwijnen van die boom. 'Dit soort bomen krijgt in ons systeem de aanduiding "natuurboom"', vertelt Van Sante. 'Dan is het voor iedereen duidelijk dat de boom op stam kan blijven staan.'

Waardering bomen: beleid en praktijk
De gemeente Arnhem werkt met een drietrapsraket. Een boomveiligheidsinspecteur inspecteert de bomen binnen de stadsgrenzen jaarlijks op veiligheid door middel van een visuele controle, het zogeheten visual tree assessment (VTA). 'De inspecteur krijgt sec de opdracht om te beoordelen op veiligheid en levensverwachting', vertelt Van Sante. 'Vervolgens komt daar een aantal bomen uit waarbij nader onderzoek nodig is. Dat gaat verder dan kloppen, tikken of kijken alleen. Denk bijvoorbeeld aan een Picus-meting.'

Vivienne van Sante met applicatie waarin bomen geregistreerd staan

Voordat het besluit tot kap genomen wordt, maken Van Sante en haar collega's een afweging. Het doel is om de boom met behoud van veiligheid zo lang mogelijk te laten staan. Daarin wegen de cultuurhistorische waarde en biodiversiteit nadrukkelijk mee. 'In Arnhem gaan we uit van het principe dat we de bomen in de gemeente zo gezond, groot en oud mogelijk willen laten worden', aldus Van Sante. Vanzelfsprekend wordt ook rekening gehouden met wet- en regelgeving, beleid en het beschikbaar budget.

Ze vervolgt: 'Zo heeft de gemeente ook een biodiversiteitsplan. Laanvernieuwing kan dan een uitdaging zijn. Als je naar deze beukenlaan kijkt, zie je bomen op leeftijd: laat je die staan of juist niet? Wat doe je met de stompen? Wonen er spechten in de bomen en wat is de beste tijd om tot die vernieuwing over te gaan? Dit soort afwegingen gaat niet zonder een gedegen flora- en faunaonderzoek. Consensus vinden lukt altijd, maar soms is het puzzelen.'

'De ecologische boomwaarde moet op de kaart worden gezet'

Van Sante benadrukt dat je soortgelijke beslissingen niet alleen hoeft te maken. 'Groenbeheerders denken met mij mee, aannemers die weten hoe ze daarmee om moeten gaan. Je moet mensen om je heen verzamelen die kennis van zaken hebben. Het liefst zie ik die scherpte ook terug op locatie, dat een aannemer mij belt met de boodschap dat hij de boom niet gaat omzagen, omdat hij een vogelnest vindt dat vanaf de grond niet zichtbaar is.' Het is ook belangrijk in dit soort situaties om de inwoners erbij te betrekken en mee te nemen, zo stipt Van Sante aan.

Ecologische waarden verankeren
IPC Groene Ruimte geeft richting aan deze visie door in de opleidingen en trainingen cursisten bewust te maken van de ecologische boomwaarde. Sprong: 'In het huidige landschap wordt een boom veelal gekapt vanuit het oogpunt van veiligheid en cultuurhistorische waarde. Het is de vraag of de ecologische waarde voldoende wordt meegenomen in die afweging. Denk daarbij aan de ecosysteemdiensten die bomen leveren. Deze manier van boomwaardering moet op de kaart worden gezet. Waarom zou je cultuurhistorie niet ondergeschikt maken aan ecosysteemdiensten?'

Vivienne van Sante

Sprong vervolgt: 'We weten inmiddels veel van boommechanica. Een boom wordt op termijn hol van binnen. Veel technische uitvindingen zijn daarop gebaseerd. Kijk bijvoorbeeld naar een stoelpoot: die is ook hol van binnen en kan toch veel gewicht dragen. De kennis is aanwezig in het werkveld, maar we zetten die nog onvoldoende in. Zo mag de beslissing om een boom te kappen niet louter gebaseerd zijn op visuele controle, dat is de ambitie. De vraag moet zijn: hoe kunnen we het risico managen en de levensduur zo lang mogelijk rekken om ecosysteemdiensten te leveren? Wat dat betreft, zie ik steeds meer de overgang van een schone, hele en veilige openbare ruimte naar een klimaatbestendige en integrale leefomgeving met aandacht voor biodiversiteit, cultuurhistorie, waterberging én CO2-opslag.'

Sprong vindt dat woorden als duurzaamheid en biodiversiteit vaak door instanties gebezigd worden, maar dat ze nog onvoldoende verankerd zijn in beleid en wet- en regelgeving. 'We moeten ze daadwerkelijk een plaats geven. Zo zou je de plaats waar we nu zijn, de Waterbergseweg, kunnen classificeren als waterbergingslocatie. Verderop zit een pompstation waar water wordt gewonnen onder de grond. Dat is ook een belangrijk infiltratiepunt. Het is dus belangrijk om de beplanting zo dicht mogelijk te houden, zodat het water minder afstroomt en je verderop in de wijken van Arnhem minder waterproblemen krijgt.'

De historische beukenlaan aan de Waterbergseweg in Arnhem

Ruimte voor groeiplaats
Het wandelinterview brengt ons bijna aan het einde van de Waterbergseweg, waar een bosuil hoog in de beuk haar nestje warm houdt in een boomholte. Iets verderop is een afgebroken lantaarnpaal te zien, die zijn sporen heeft nagelaten op de naastgelegen beuk. Drielingstorm Dudley, Eunice en Franklin woedde ook in dit deel van Arnhem, maar de schade bleef beperkt. Van Sante wijst naar een metalen hek, parallel aan de beukenlaan, zo'n twintig meter verderop. 'Het hek is bewust verder naar achteren geplaatst om de groeiplaatsen zo veel mogelijk ruimte te geven.' Sprong vult aan: 'Zo kunnen de bomen ondergronds processen in gang zetten om water te infiltreren, maar ook om CO2 en fijnstof af te vangen.'

'In de Bossenstrategie staat dat er 37.000 hectare bos bij moet. Elke boom die we kunnen behouden, móeten we ook behouden'

Terwijl we de weg terug afleggen richting de Schelmseweg, waar onze wandeling begon, lopen we langs een klein bosperceel. Afgebroken hout ligt er tussen afgevallen bladeren, waar schimmels het in hun eigen tempo afbreken tot humus. Van Sante wijst naar een eekhoornnest, hoog in de beuk, en we luisteren naar het typerende timmergeluid van een bonte specht. Sprong vat samen: 'Breng ecologische boomwaarde en ecosysteemdiensten in kaart en laat dat je afwegingskader zijn. In de Bossenstrategie staat beschreven dat 37.000 hectare bos bij moet in Nederland. Elke boom die we kunnen behouden, móeten we ook behouden.'

Boombehoud en landelijke Bossenstrategie
Met de landelijke Bossenstrategie wil de Rijksoverheid in 2030 10 procent meer bos gerealiseerd hebben. Het areaal moet groeien met 37.000 hectare tot een totaal van 407.000 hectare. De feiten laten zien dat de gemiddelde stadsboom in Nederland slechts 35 jaar oud wordt, terwijl het omslagpunt van CO2-uitstoter naar CO2-neutraal ligt bij het 33e levensjaar. Dat blijkt uit onderzoek van The Horticultural Research Institute, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Environmental Horticulture. Boombehoud zou daarmee net zo urgent moeten zijn als bomenaanplant, concludeert Sprong.

Deel deze pagina

Terug naar overzicht
Meer informatie? Neem contact met ons op Contact

Waarom IPC?

Bezoekadres

Koningsweg 35,
6816 TG Arnhem

Postadres

Postbus 393,
6800 AJ Arnhem

Iedere werkdag geopend van 08:00 tot 17:00 uur.

Telefoon 026 35 50 100
Fax 026 44 55 629
Email info@ipcgroen.nl