IPC Groene Ruimte maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om jou een optimale bezoekerservaring te bieden, om je relevante informatie aan te bieden en om jouw surfgedrag te meten. Met deze cookies kan IPC Groene Ruimte jouw internetgedrag binnen deze website volgen. Zodoende kan IPC Groene Ruimte advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door op ‘OK’ te klikken, ga je hiermee akkoord.

OK

Het product is toegevoegd aan uw winkelwagen!

Naar winkelwagen Verder winkelen

Helaas, het product is niet meer beschikbaar.

Sluiten

Om de biodiversiteit van een willekeurig object (van een park, woonwijk en stad tot agrarisch gebied, bos en natuurgebied) ook daadwerkelijk meetbaar te maken, heeft IPC een praktisch toepasbare methode ontwikkeld waarmee de voorwaarden voor biodiversiteit op een objectieve wijze gemeten kunnen worden. Aan de door ons geformuleerde specifieke biodiversiteitsindicatoren worden punten toegekend die bij elkaar opgeteld uiteindelijk de hoogte van de biodiversiteit van een object aangeven.

Uitgangspunt van deze meetlat is niet de menselijke maat, maar de natuurlijke maat. De indicatoren hebben betrekking op processen die in de natuur plaatsvinden en geven geen beoordeling van 'goed' of 'fout'. De beoordeling is ''het is er of het is er niet''.

De indicatoren op basis waarvan biodiversiteit meetbaar gemaakt kan worden, zijn onderverdeeld in vier groepen. Deze vier prestatie-indicatoren worden hieronder toegelicht.

Prestatie-indicatoren

Indicatoren bosgemeenschap en structuurvariatie.
Bosgemeenschap:
De indicatie is in deze meetlat betreft niet het feit of de complete bosgemeenschap er wel of niet staat. Het geeft uitsluitsel over de geografische regio en geeft dus heldere informatie over de abiotiek en ook over de talloze plant- en diersoorten die hierbij horen.
Structuurvariatie:
Structuurvariatie heeft veel invloed op de soortenrijkdom. In een heterogene omgeving kunnen concurrerende soorten de hulpbronnen zodanig onderling verdelen, dat ze in hetzelfde gebied kunnen samenleven. Daarnaast zegt structuurvariatie veel over het al dan niet aanwezig zijn van schuilplaatsen.

Gradiënten en watergebonden indicatoren.
Het gaat hier om specifieke kenmerken en begroeiingen die van invloed zijn op de diversiteit. Belangrijk genoeg om deze er apart uit te lichten.

Indicatoren planten.
De planten liggen aan de basis van de voedselketen, daarna komen de insecten en andere ondergewervelden. Het is dus belangrijk dat er met name voldoende voedsel is voor insecten gedurende het groei- en bloeiseizoen. Deze insecten dienen onder andere weer als voedsel voor vleermuizen, amfibieën, vissen, vogels enzovoort.

Indicatoren schuilplekken en verplaatsingsmogelijkheden.
Schuilplekken zijn van onderscheidend belang.

Waarom IPC?

Bezoekadres

Koningsweg 35,
6816 TG Arnhem

Postadres

Postbus 393,
6800 AJ Arnhem

Iedere werkdag geopend van 08:00 tot 17:00 uur.

Telefoon 026 35 50 100
Fax 026 44 55 629
Email info@ipcgroen.nl