IPC Groene Ruimte maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken om jou een optimale bezoekerservaring te bieden, om je relevante informatie aan te bieden en om jouw surfgedrag te meten. Met deze cookies kan IPC Groene Ruimte jouw internetgedrag binnen deze website volgen. Zodoende kan IPC Groene Ruimte advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door op ‘OK’ te klikken, ga je hiermee akkoord.

OK

Het product is toegevoegd aan uw winkelwagen!

Naar winkelwagen Verder winkelen

Helaas, het product is niet meer beschikbaar.

Sluiten

Klimatologische werkomstandigheden in de buitenruimte: werken in de kou 2

25 januari 2019

In dit Arboweetje besteden we opnieuw aandacht aan werken onder koude omstandigheden in de buitenruimte. Deel 1 belichtte de wettelijke kant van dit onderwerp. In deel 2 maken we kennis met de achterliggende theorie bij letsels veroorzaakt door kou, maar ook met de EHBO bij koude-  en bevriezingsletsels.

Het komt nogal eens voor dat je bij werkzaamheden in de buitenruimte te maken krijgt met kou. Een aantal dagen tot weken per jaar is het vaak zelfs extreem koud.

In deel 1 hebben we gezien dat er nogal wat maatregelen genomen kunnen worden om koudeletsels te vermijden. Een ongeluk zit echter in een klein hoekje. Vaak is er een ‘niet-zeuren-mentaliteit’: kou hoort erbij als je buiten aan het werk bent. Helaas slaat onderkoeling geleidelijk toe, je merkt er in eerste instantie niet veel van en je werk moet toch ‘even’ doorgaan. Maar juist in dat woordje ‘even’ schuilt het gevaar: het kan leiden tot levensbedreigende situaties.

In dit deel behandelen we twee hoofdgroepen van letsels:

  1. koudeletsels
  2. bevriezingsletsels

Net als bij hitteletsels is het Oranje kruis hier de leidraad.

1 Koudeletsels

Onderkoeling

De gemiddelde lichaamstemperatuur van mensen is ongeveer 37 °C. Als de lichaamstemperatuur lager wordt dan 35 °C, praten we over onderkoeling.  De lichaamstemperatuur is dan zodanig gedaald, dat de (normale) stofwisseling in gevaar komt.

Er zijn drie vormen van onderkoeling te onderscheiden:

  • lichte (milde) onderkoeling: de lichaamstemperatuur zakt tot onder de 35 °C  (hypothermie genoemd). Dit wordt ook wel de afweerfase (fase 1) genoemd;
  • gematigde (ernstige ) onderkoeling: de lichaamstemperatuur zakt onder de 30°. Dit wordt ook wel de uitputtingsfase, (fase 2) genoemd.;
  • zware onderkoeling: de lichaamstemperatuur  zakt  onder de 27°. Dit wordt ook wel de verlammingsfase (fase 3) genoemd.

Indien de lichaamstemperatuur onder de 25 °C komt, wordt de situatie levensbedreigend en kan de persoon in een coma raken, wat vaak gepaard gaat met een hartstilstand.

De afweerfase (fase 1)

Symptomen:

De kerntemperatuur van het lichaam daalt onder de 35 °C. Symptomen die deze fase kenmerken:

  • koude, bleke huid, soms blauwe plekken;
  • soms blauw rond de mond;
  • normaal bewustzijn, soms licht verward;
  • rillen, klappertanden, het lichaam probeert het lichaam warm te maken;
  • pijnlijke handen en voeten, vooral bij reumatische aandoeningen;
  • onregelmatige hartslag (slecht vast te stellen );
  • langzamer ademhaling dan normaal.

EHBO-maatregelen:

  • Breng het slachtoffer naar een warme omgeving of zorg voor beschutting (denk aan de Windchill uit deel 1).
  • Verwijder zo nodig natte kleding, denk om de privacy. Laat het slachtoffer dit bij voorkeur zelf doen. In het reddingswezen is een ander protocol mogelijk.
  • Warm het slachtoffer op met bij voorkeur (fleece-)dekens. Of gebruik warmtekruiken (wel een doek ertussen houden).
  • Je kunt ook een reddingsdeken gebruiken. De zilveren kant moet naar het slachtoffer toe worden gedaan. Vooral het hoofd mee inpakken, mond en neus vrijhouden.
  • Zet het slachtoffer onder een warme douche, maar niet te warm: 38° max.
  • Geef het slachtoffer een warme drank of voedsel.
  • Actief opwarmen mag!

De uitputtingsfase (fase 2)

Symptomen:

De kerntemperatuur daalt verder en ligt tussen de 27 en 33 °C. Bijkomende symptomen:

  • het slachtoffer heeft het erg koud;
  • koude, bleke huid, meestal  blauwe plekken;
  • ledematen zoals vingers, tenen, oren en lippen zijn soms ook blauw;
  • verstijfde spieren (rillen en klappertanden stopt);
  • pijn verdwijnt;
  • verminderd bewustzijn, traagheid of slaperigheid;
  • veranderend gedrag, onverschillig, het kan het slachtoffer allemaal niets schelen;
  • het slachtoffer praat een beetje onsamenhangend;
  • trage, onregelmatig hartslag, moeilijk vast te stellen;
  • oppervlakkige en onregelmatige ademhaling, die steeds trager gaat.

EHBO-maatregelen:

  • Bel 112 en zet de telefoon op de speakerfunctie.
  • Breng het slachtoffer naar een warme omgeving of zorg voor beschutting (denk aan de Windchill uit deel 1).
  • Verwijder zo nodig natte kleding, denk om de privacy. In het reddingswezen is een ander protocol mogelijk.
  • Warm het slachtoffer op met bij voorkeur (fleece-)dekens. Of gebruik warmtekruiken (wel een doek ertussen houden).
  • Je kunt ook een reddingsdeken gebruiken. De zilveren kant moet naar het slachtoffer toe worden gedaan. Vooral het hoofd mee inpakken, mond en neus vrijhouden.
  • Geef het slachtoffer bij een verminderd bewustzijn geen drinken.
  • Vooral niet actief opwarmen!
  • Beperk bewegen, in verband met de hartfunctie.

De verlammingsfase (fase 3)

Symptomen:

De kerntemperatuur daalt onder de 27 °C. Bijkomende symptomen:

  • diepe bewusteloosheid;
  • geen reflexen, complete spierverslapping;
  • wijde pupillen;
  • zeer zwakke hartslag of hartritmestoornissen;
  • zeer trage ademhaling met lange pauzes.

 EHBO-maatregelen:

  • Bel 112 en zet de telefoon op de speakerfunctie.
  • Help waar het slachtoffer ligt. Gebruik je reddings- of andere deken om het letsel te beperken.
  • Bewaak de ademhaling. Is er ademhaling, leg het slachtoffer dan in stabiele zijligging.
  • Blijf alert op stoppen en kwaliteit van de ademhaling. Start zo nodig het reanimatieprotocol.

Het grote probleem bij onderkoeling is de geleidelijkheid waarmee het gebeurt. Je merkt eigenlijk niet dat je onderkoeld raakt. Veel mensen hebben het weleens zo koud gehad dat hun tanden begonnen te klapperen, fase 1 dus. Maar ze hebben dan niet in de gaten dat ze, als ze niet ingrijpen, snel naar fase 2 of 3 kunnen afglijden. Herken dus de fases en ga er op de juiste wijze mee om: onderbreek het werk en ga even opwarmen!

2 Bevriezingsletsels

Bevriezing doet zich voor wanneer delen van de huid (en onderliggend weefsel) door de kou zijn aangetast.  In de lichaamscellen ontstaan ijskristallen die de cellen onherstelbaar beschadigen.

De grootste kans op bevriezing heb je In de uiteinden van je lichaam (vingers, tenen, neus en oren).

Een verschil tussen onderkoeling en bevriezing is dat onderkoeling het gehele lichaam raakt en bevriezing een deel van het lichaam aantast.

Ook bij bevriezing zijn er drie fases:

  • eerstegraads bevriezing
  • tweedegraads bevriezing
  • derdegraads bevriezing.

Eerstegraads bevriezing

Symptomen:

  • wittige, bleek-grijze huid;
  • brandend gevoel, het prikt en het zal veel pijn doen.

EHBO-maatregelen:

  • Warm het bevroren ledemaat op, maar zorg er daarna wel voor dat het niet meer kan bevriezen.
  • Warm het op in goed warm water, ongeveer 40°. Neem er de tijd voor: zeker 30 minuten. Het slachtoffer zal er behoorlijk blijk van geven dat het pijn doet. Maar dat is goed in dit geval: je weet dan dat de zenuwen functioneren.

Tweedegraads bevriezing

Symptomen:

Het lijkt erg op een brandwond, veroorzaakt door thermische hitte:

  • roodblauwe huidverkleuring;
  • zwelling;
  • enige tijd blaarvorming. Deze blaren zijn gevuld  met helder of bloederig vocht.

EHBO-maatregelen:

De oorzaak is koude, dus de eerste hulp is opwarmen. Helaas is dit ook zeer pijnlijk.

Bel de huisarts voor advies of ga naar hem/haar toe. Met instemming van de huisarts kun je het onderstaande doen:

  • Warm het bevroren ledemaat op, maar zorg er daarna wel voor dat het niet meer kan bevriezen.
  • Warm het op in goed warm water, ongeveer 40°. Neem er de tijd voor: zeker 30 minuten. Het slachtoffer zal er behoorlijk blijk van geven dat het pijn doet, maar dat is goed in dit geval: je weet dan dat de zenuwen functioneren.
  • Laat blaren heel!
  • Dek de blaren zo mogelijk steriel af, gebruik altijd niet-verklevend verband en verbind zeer losjes. Maak er geen kunstwerk van als je daarna naar de huisarts gaat. Een nat gemaakte schone theedoek werkt net zo goed, want de huisarts moet toch alles verwijderen om een juiste diagnose te kunnen stellen.

Derdegraads bevriezing

Symptomen:

Ook hier lijken de symptomen erg op een derdegraads brandwond:

  • De pijn is niet meer aanwezig, de zenuwen zijn verdoofd of zelfs stuk. Dit geldt overigens alleen voor de wond zelf, er kan aan de randen uiteraard een tweede-  en een eerstegraads bevriezing aanwezig zijn. En deze blijven wel pijn doen.
  • De wond ziet er spierwit uit en voelt vrij hard aan. Na verloop van de tijd zal het bevroren deel  mogelijk geamputeerd moeten worden. Zoek bij een derdegraads bevriezing daarom altijd professionele hulp!

EHBO-maatregelen:

Deze zijn vrij simpel: je gaat altijd naar de huisarts, of een ziekenhuis.

Alcohol en kou: geen goede combi

Veel mensen denken dat alcohol  een heilzame werking heeft bij het bestrijden van kou, maar dat is zeker niet het geval. Alcohol leidt tot vaatverwijding en dat zorgt ervoor dat het lichaam juist sneller afkoelt. Door de benevelde geest vindt er een slechte communicatie van de zenuwen plaats en krijgt de persoon niet door dat hij het koud heeft.

Daarbij heeft alcohol een verdovende werking op het lichaam en ook op spier- en bindweefsel. De bloedvatwanden zijn van bindweefsel gemaakt en dat bindweefsel verzwakt door de alcohol.. Daardoor kan het bloedvat onvoldoende vernauwen. Door een verminderde communicatie tussen hersenen (zenuwen) en bloedvat krijgt het bloedvat geen of onvoldoende prikkels om samen te trekken. De vaatverwijding kan een warmtegevoel geven en een roder worden van de huid, wat weer leidt tot een mogelijke verkeerde diagnose.

De Sint-Bernardhond met zijn tonnetje met drank is een mooi beeld en tja, een goede borrel warmt ogenschijnlijk wel even op. Maar het blijft een mythe, zij het een mooie, dat het goed helpt. Laat de alcohol in de kou dus achterwege!

Tot slot

Het is belangrijk dat je je bewust bent van de risico’s die je dagelijks loopt tijdens het werken in de buitenruimte. Maar ook moet je de symptomen herkennen van allerlei signalen die het lichaam afgeeft als het dreigt fout te gaan. Het is zeer aan te bevelen om een BHV-training uit te breiden met onderwerpen als koudeletsels, ook al wordt er bij uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte vaak wel makkelijk over dit onderwerp gedaan. Met ons veranderende klimaat en werkzaamheden is aandacht voor werken in koude omstandigheden zeker op zijn plaats. Zo verklein je de gezondheidsrisico’s en blijft de openbare ruimte een mooi vakgebied om werkzaam in te zijn.

IPC Groene Ruimte kan voor u een voorlichting verzorgen over dit onderwerp, maar zij kunnen ook uw gehele BHV-training als maatwerktraject verzorgen.

Meer weten?
Neem dan contact op met ing. Arnold Bakker, Veiligheidskundige (HvK) en Oranje kruis-docent bij IPC Groene Ruimte:
E info@ipcgroen.nl
T 026 – 355 0100

 

Deel deze pagina

Terug naar overzicht
Meer informatie? Neem contact met ons op Contact

Waarom IPC?

Bezoekadres

Koningsweg 35,
6816 TG Arnhem

Postadres

Postbus 393,
6800 AJ Arnhem

Iedere werkdag geopend van 08:00 tot 17:00 uur.

Telefoon 026 35 50 100
Fax 026 44 55 629
Email info@ipcgroen.nl